Vier commerciële banken in Suriname hebben in 2025 te maken gehad met cyberdreigingen. Het ging onder meer om phishing, aanvallen waarbij digitale diensten worden verstoord en pogingen om via misleiding toegang te krijgen tot systemen of gevoelige informatie. Dat blijkt uit het Rapport Financiële Stabiliteit van oktober 2026 van de Centrale Bank van Suriname (CBvS).
De Centrale Bank onderzocht de cyberweerbaarheid van de bankensector door middel van een vragenlijst die aan de negen commerciële banken werd voorgelegd.
De vragenlijst had onder meer betrekking op cyberbeveiliging, risicobeheer, de aanpak van incidenten, afhankelijkheid van externe leveranciers en de beschikbaarheid van gespecialiseerde medewerkers.
Volgens het rapport beschouwen alle deelnemende banken cyberrisico’s als een strategische prioriteit.
Phishing en DDoS-aanvallen
De cyberdreigingen waarmee de vier banken in 2025 werden geconfronteerd, verschilden volgens de CBvS in aard en omvang.
Tot de meest voorkomende dreigingen behoorden phishing, distributed denial-of-service-aanvallen (DDoS) en social engineering.
Bij phishing proberen kwaadwillenden via bijvoorbeeld valse e-mails of berichten persoonlijke gegevens of inlogcodes te verkrijgen.
DDoS-aanvallen zijn erop gericht digitale systemen of websites te overbelasten, waardoor diensten tijdelijk onbereikbaar kunnen worden.
Bij social engineering proberen aanvallers mensen te misleiden om vertrouwelijke informatie prijs te geven of bepaalde handelingen uit te voeren.
Daarnaast rapporteerden enkele banken aanvallen op webapplicaties en via de toeleveringsketen.
Het rapport vermeldt niet dat alle gerapporteerde dreigingen tot succesvolle aanvallen, financiële schade of het verlies van klantgegevens hebben geleid.
Banken hebben beveiligingsstrategieën ontwikkeld
Uit het onderzoek blijkt dat alle deelnemende banken periodiek cyberrisicoanalyses uitvoeren.
Op basis daarvan hebben de instellingen strategieën ontwikkeld en geïmplementeerd om digitale veiligheidsrisico’s te beheersen.
De verantwoordelijkheid voor cyberrisicobeheer is volgens de CBvS voornamelijk op managementniveau ondergebracht.
Banken beoordelen daarnaast de cyberrisico’s van externe partijen, waaronder leveranciers en zakelijke partners. Dat gebeurt bij het aangaan van samenwerkingen en door middel van doorlopende monitoring en controles.
Toch constateert de Centrale Bank dat het beheer van digitale kwetsbaarheden bij de meeste banken nog in ontwikkeling is.
Digitalisering brengt nieuwe risico’s met zich mee
De Centrale Bank benadrukt dat cyberdreigingen een structureel risico vormen voor de financiële stabiliteit.
Door de toenemende digitalisering van bancaire dienstverlening worden financiële instellingen afhankelijker van computersystemen, digitale netwerken en externe technologieaanbieders.
Bovendien zijn banken onderling verbonden via het financiële en betalingsverkeer. Daardoor kan een ernstig cyberincident bij één instelling gevolgen hebben voor andere onderdelen van het financiële systeem.
In het rapport wordt ook verwezen naar informatie van het nationale Cyber Security Incident Response Team (CSIRT), waaruit blijkt dat online fraude, identiteitsmisbruik, hacking, door kunstmatige intelligentie gegenereerde desinformatie en nepaccounts belangrijke aandachtspunten zijn.
Verdere versterking cyberweerbaarheid noodzakelijk
Hoewel de onderzochte banken al verschillende beveiligingsmaatregelen hebben getroffen, onderstrepen de gerapporteerde dreigingen volgens de CBvS het belang van voortdurende aandacht voor digitale veiligheid.
Vooral bewustwording, monitoring, tijdige detectie van aanvallen en het verbeteren van beveiligingsprocessen blijven noodzakelijk.
De Centrale Bank beschouwt cyberweerbaarheid daarmee als een belangrijk onderdeel van het toezicht op de financiële sector.







