De Centrale Bank Werknemers Organisatie (CBWO) waarschuwt dat de gedeeltelijke uitvoering van het eindoordeel van de Bemiddelingsraad gevolgen kan hebben voor toekomstige arbeidsconflicten in Suriname. Volgens bondsvoorzitter Robby Berenstein ontstaat een gevaarlijk precedent wanneer werkgevers een bindend oordeel naar eigen inzicht kunnen aanpassen of aanvullende voorwaarden kunnen stellen.
De werknemers van de Centrale Bank van Suriname hebben het werk neergelegd, omdat de directie volgens de bond niet volledig tegemoetkomt aan het eindoordeel over de arbeidsvoorwaarden. De Bemiddelingsraad stelde een structurele loonsverhoging van 14 tot 16 procent vast, afhankelijk van de inkomenscategorie.
De Centrale Bank heeft inmiddels een lumpsum uitgekeerd en de vervoerstoelage met 12 procent verhoogd. Voor de lonen kondigde de directie echter een verhoging van 11,4 procent aan, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026. De CBWO accepteert dat percentage niet.
Meningsverschil over werknemersbijdragen
Volgens Berenstein koppelt de bankdirectie de volledige loonaanpassing aan afspraken over werknemersbijdragen voor pensioen en ziektekosten. De CBWO stelt dat beide onderwerpen los van elkaar moeten worden behandeld.
Tijdens het bemiddelingsproces stelde de directie voor om werknemers voortaan te laten bijdragen aan hun pensioen- en ziektekostenvoorzieningen. Momenteel worden daarvoor volgens de bond geen bedragen op de salarissen ingehouden.
De Bemiddelingsraad heeft hierover geen percentage vastgesteld. In het eindoordeel staat volgens Berenstein dat een eventuele werknemersbijdrage afzonderlijk door de directie en de bond moet worden besproken. “Wij schuwen geen overleg”, zei Berenstein maandag tijdens een persconferentie van vakcentrale C-47. De CBWO wil echter niet dat dit overleg als voorwaarde wordt gebruikt voor de volledige uitvoering van de loonafspraken.
De bond wil bij eventuele werknemersbijdragen ook duidelijkheid over wat de medewerkers daarvoor terugkrijgen. Daarbij gaat het onder meer om de kwaliteit van de ziektekostenvoorziening en de inhoud van de pensioenregeling.
Verschillende verhogingen per inkomensgroep
Het eindoordeel voorziet in een loonverhoging van 16 procent voor werknemers met een maandloon tot SRD 30.000. Voor de daaropvolgende inkomensgroepen gelden percentages van 15,5 en 15 procent. Werknemers met een salaris boven SRD 90.000 krijgen 14 procent erbij.
De gemiddelde loonaanpassing komt daarmee uit op 15,1 procent. Daarnaast is een inkomensafhankelijke lumpsum vastgesteld. Werknemers in de laagste inkomenscategorie ontvangen anderhalve maand loon. Dit loopt voor de hogere categorieën terug naar 1,25 maand, één maand en uiteindelijk 0,75 maand.
Eindoordeel volgens cao bindend
Berenstein erkent dat juristen verschillend denken over de juridische status van uitspraken van de Bemiddelingsraad. Volgens hem is dat in dit conflict niet doorslaggevend, omdat in de cao tussen de Centrale Bank en de CBWO is vastgelegd dat een gevraagd eindoordeel bindend is.
De directie zou niet hebben aangegeven dat zij het oordeel als niet-bindend beschouwt. Het conflict draait volgens de bond vooral om de manier waarop de bank uitvoering geeft aan de uitspraak.
De CBWO stelt dat de bank het oordeel niet gedeeltelijk of op basis van een eigen interpretatie kan uitvoeren. Wanneer dit wel wordt toegestaan, kan dat volgens Berenstein de positie van werknemers en vakbonden bij toekomstige arbeidsconflicten verzwakken.
Bemiddelingsraad roept partijen bijeen
De Bemiddelingsraad heeft de directie en de werknemersorganisatie uitgenodigd voor overleg op maandagavond. De CBWO zal daar vasthouden aan de eis dat het eindoordeel “naar letter en geest” wordt uitgevoerd.
De uitkomst van het gesprek wordt dinsdag voorgelegd aan een algemene ledenvergadering. De leden bepalen daarna of en op welke wijze de acties worden voortgezet. Volgens Berenstein is de werkneerlegging geen doel op zichzelf, maar een middel om volledige uitvoering van de gemaakte loonafspraken af te dwingen.






