De Algemene Bevrijdings- en Ontwikkelingspartij (ABOP) benadrukt in verband met 1 juli dat vrijheid niet als vanzelfsprekend mag worden gezien.
Volgens de partij is de afschaffing van de slavernij een moment van bezinning, waarbij stilgestaan moet worden bij een donkere periode in de Surinaamse geschiedenis en bij de strijd van de voorouders voor vrijheid en waardigheid.
De partij stelt dat 1 juli meer is dan alleen een herdenkingsdag. Het is volgens de ABOP een herinnering dat vrijheid niet slechts betekent dat ketenen zijn verbroken, maar ook dat onrecht, achterstelling en ongelijkheid blijvend moeten worden bestreden.
“De strijd voor gelijke kansen, eerlijke ontwikkeling en respect voor iedere Surinamer is na 163 jaar nog niet voorbij”, stelt de partij.
De ABOP zegt te geloven in een Suriname waarin iedere gemeenschap meetelt. Daarbij wijst de partij vooral op het belang van gelijke kansen voor het binnenland. Ontwikkeling mag volgens de ABOP geen privilege zijn, maar moet worden gezien als een recht voor iedere burger.
Volgens de partij hebben de voorouders geleerd dat ware vrijheid pas bestaat wanneer iedereen kan leven in waardigheid, veiligheid en met perspectief. De ABOP zegt zich daarom te blijven inzetten voor sociale rechtvaardigheid, duurzame ontwikkeling en een samenleving waarin niemand wordt uitgesloten.
Op deze 1 juli roept de ABOP de Surinaamse samenleving op om verdeeldheid achter zich te laten en gezamenlijk te bouwen aan een sterk, rechtvaardig en verenigd Suriname.








