Het Comité Christelijke Kerken (CCK) roept bij de herdenking van de afschaffing van de slavernij op tot waarheid, gerechtigheid en verzoening. In een boodschap ter gelegenheid van 1 juli 2026 stelt het comité dat de wettelijke afschaffing van de slavernij in 1863 niet direct volledige vrijheid betekende, omdat velen daarna nog jarenlang onder dwangarbeid moesten leven.
Volgens het CCK heeft het slavernijverleden diepe sporen nagelaten in de Surinaamse samenleving. Die gevolgen zijn volgens de kerken nog steeds zichtbaar in mensenlevens, families en maatschappelijke verhoudingen. “Echte verzoening begint met waarheid, schuldbesef en de bereidheid verantwoordelijkheid te nemen,” stelt het comité in zijn verklaring.
Het CCK benadrukt dat christelijke kerken niet om deze geschiedenis heen kunnen. Slavernij wordt in de verklaring omschreven als een economisch en politiek systeem waarbij een groep zich verrijkte ten koste van de waardigheid van anderen. Het comité wijst erop dat iedere mens volgens het christelijk geloof geschapen is naar Gods beeld en gelijkenis. Elke vorm van ontmenselijking wordt daarom gezien als een aantasting van de menselijke waardigheid.
In de boodschap wordt ook verwezen naar de rol van kerken in het verleden. Het CCK stelt dat de Katholieke Kerk en andere christelijke denominaties in de geschiedenis vaak medeschuldig zijn geweest aan het onrecht van slavernij. Daarbij haalt het comité woorden aan die volgens de verklaring door paus Leo XIV zijn uitgesproken: “Daarom vraag ik, in naam van de Kerk, oprecht om vergeving.”
Volgens het CCK is vergeving vragen geen teken van zwakte, maar juist van geestelijke moed. “Alleen wie bereid is eerlijk naar het verleden te kijken, kan samen bouwen aan een toekomst waarin gerechtigheid en menselijke waardigheid centraal staan,” aldus het comité.
De kerken waarschuwen dat de herdenking niet mag blijven steken in verdriet of verontwaardiging. Keti Koti moet volgens het CCK ook aanzetten tot waakzaamheid voor nieuwe vormen van uitbuiting, mensenhandel, racisme en discriminatie. “De strijd voor menselijke waardigheid is nog lang niet voltooid,” schrijft het comité.
Het CCK zegt als kerken te willen bijdragen aan ontmoeting, respect en solidariteit tussen mensen van verschillende afkomst. Jongeren moeten volgens het comité worden opgevoed met respect voor ieder mens en met oog voor verbondenheid in de samenleving.
In dat kader verwijst het CCK naar een ontmoeting op 13 april met Fiti Makandra, een overlegplatform van traditionele tribale en inheemse stamhoofden uit het binnenland en vertegenwoordigers uit stad en districten. Tijdens dat gesprek is volgens het comité het slavernijverleden besproken en is afgesproken om met elkaar in gesprek te blijven.
Het comité stelt dat de beste manier om de voorouders te eren niet alleen is om hun lijden te gedenken, maar ook hun veerkracht en moed te erkennen. “Onder onmenselijke omstandigheden hebben onze voorouders hun waardigheid niet verloren,” aldus het CCK.
Volgens de kerken ligt er voor de huidige generatie een opdracht om verder te bouwen aan een samenleving waarin niemand wordt vernederd vanwege afkomst, huidskleur, taal of sociale positie. De verklaring wordt afgesloten met de oproep om de herinnering aan het pijnlijke verleden te laten uitgroeien tot een toekomst van hoop voor allen.









