De Nationale Milieu Autoriteit (NMA) heeft de eerste resultaten ontvangen van de wateranalyses en een belangrijk deel van de visweefselanalyses naar aanleiding van de vissterfte in de bovenloop van de Saramaccarivier.
Uit de tot nu toe beschikbare onderzoeksresultaten blijkt dat in de onderzochte vismonsters geen verhoogde concentraties kwik, lood en cadmium zijn aangetroffen. De analyse naar arseen is nog niet afgerond. Volgens de NMA komt dit door een technisch defect aan laboratoriumapparatuur. Deze analyse zal zo spoedig mogelijk worden uitgevoerd.
Eerder maakte de NMA al bekend dat de eerste wateranalyses van de eerste samplingstrip van donderdag 25 juni 2026 geen verhoogde concentraties cyanide en kwik hebben aangetoond. Wel zijn bij enkele andere waterkwaliteitsparameters verhoogde waarden gemeten. Het gaat onder meer om ijzer, aluminium, mangaan, zwevende stof, ook bekend als TSS, en Chemical Oxygen Demand, COD. Deze resultaten worden momenteel integraal beoordeeld.
De NMA onderzoekt verschillende mogelijke oorzaken van de vissterfte. Een van de onderzoekslijnen richt zich op mogelijke verontreiniging door goudwinningsactiviteiten. De autoriteit benadrukt dat deze informatie nog nader wordt onderzocht en op dit moment nog niet definitief is bevestigd.
Om de onderzoeksresultaten verder te verifiëren, worden op donderdag 2 juli 2026 aanvullende water- en vismonsters genomen. Pas wanneer de resultaten van deze aanvullende bemonsteringen, de resterende laboratoriumanalyses, waaronder die van arseen, en de integrale ecotoxicologische beoordeling beschikbaar zijn, zal de NMA beoordelen of het verantwoord is om het gebruik van rivierwater en de consumptie van vis uit het gebied weer toe te staan.
Het eerder afgegeven voorzorgsadvies blijft daarom van kracht. De bevolking wordt dringend verzocht geen vis uit het getroffen gebied te consumeren. Ook wordt geadviseerd geen gebruik te maken van het rivierwater voor drinken, koken, baden, wassen, zwemmen of andere huishoudelijke doeleinden.
De NMA zegt de situatie nauwlettend te blijven monitoren in samenwerking met het Nationaal Coördinatiecentrum voor Rampenbeheersing, het bevoegd gezag en het traditioneel gezag. De samenleving zal volgens de autoriteit opnieuw worden geïnformeerd zodra nieuwe, geverifieerde onderzoeksresultaten beschikbaar zijn.









