De Vereniging van Economisten in Suriname (VES) plaatst stevige kanttekeningen bij de stelling dat Suriname momenteel macro-economisch stabiel is. Volgens de economenvereniging wordt er door beleidsmakers wel gewezen op een stabiele wisselkoers en een beheerste inflatie, maar is dat volgens de economische maatstaven onvoldoende om te spreken van echte stabiliteit.
In de jongste editie van Inzicht, het maandblad van de VES, schrijft de organisatie dat macro-economische stabiliteit op drie pijlers rust: budgettaire stabiliteit, monetaire stabiliteit en betalingsbalansstabiliteit. Alleen wanneer op alle drie gebieden sprake is van evenwicht, kan volgens de VES worden gesproken van een stabiele economie.
De VES stelt dat dit in Suriname niet het geval is. “Er is momenteel geen sprake van budgettaire, monetaire en betalingsbalansstabiliteit”, aldus de organisatie. Volgens de VES lijkt er eerder sprake te zijn van “een zekere schijnstabiliteit”.
De vereniging wijst vooral op de zwakke positie van de overheidsfinanciën. De begrotingstekorten blijven volgens de VES te hoog en worden mede gefinancierd met buitenlandse leningen. Daardoor is de staatsschuld volgens de organisatie opgelopen tot bijna 125 procent van het bruto binnenlands product, ruim boven het wettelijke leenplafond van 60 procent.
Ook de monetaire situatie baart de VES zorgen. Volgens de organisatie is er door begrotingstekorten en een sterke toename van SRD-kredietverlening te veel liquiditeit in omloop. De Centrale Bank van Suriname probeert die overtollige geldhoeveelheid volgens de VES onder meer te beheersen via openmarktoperaties met hoge rentes en valuta-interventies.
Die interventies zorgen volgens de VES tijdelijk voor rust op de valutamarkt, maar hebben ook een keerzijde. De organisatie stelt dat de stabiliteit deels in stand wordt gehouden doordat SRD-overliquiditeit via valuta-interventies naar het buitenland weglekt. Dat gaat volgens de VES ten koste van de deviezenreserves en stelt noodzakelijke hervormingen uit.
“Dat kan niet als een gezonde economische strategie worden beschouwd”, waarschuwt de VES. Volgens de organisatie blijven de onderliggende economische verhoudingen onevenwichtig en instabiel, “met alle risico’s van dien”.
Daarnaast wijst de VES op de verslechterende betalingsbalans. De lopende rekening van de betalingsbalans is volgens de organisatie de afgelopen jaren achteruitgegaan. Het overschot van USD 148 miljoen in 2023 liep terug naar USD 9 miljoen in 2024. In 2025 sloeg de situatie volgens de VES om naar een aanzienlijk tekort, mede door stagnerende goudexport en toenemende import.
De economenvereniging spreekt in dat verband van een gevaarlijke “twin deficit”: een situatie waarin een land tegelijk kampt met een tekort op de overheidsbegroting en een tekort op de lopende rekening van de betalingsbalans. Volgens de VES geldt zo’n dubbel tekort als een ernstige economische onevenwichtigheid.
De VES waarschuwt dat Suriname niet moet wachten op de verwachte olie-inkomsten vanaf 2028 om de economie op orde te brengen. Volgens de organisatie is juist nu een serieus sanerings- en hervormingsbeleid nodig, met inzet van deskundigen. Dat is volgens de VES noodzakelijk om duurzame macro-economische stabiliteit te bereiken en toekomstige risico’s rond de olie- en gasinkomsten te beperken.
De organisatie pleit daarom voor versterking van de overheidsfinanciën, een steviger monetair beleid, bescherming van de deviezenreserves en versterking van economische kerninstituties. Alleen dan kan Suriname volgens de VES voorkomen dat de verwachte olie- en gasboom leidt tot een grondstoffenvloek of zogenoemde Dutch Disease.











