De voorbereiding van Suriname op First Oil in 2028 vraagt niet alleen om grote investeringen, infrastructuur en opleidingsprogramma’s, maar ook om een werkbaar systeem voor werkvergunningen en werkvisa. Volgens de Local Content Board Suriname is een snel, duidelijk en controleerbaar vergunningenbeleid een noodzakelijke voorwaarde om Local Content in de olie- en gassector daadwerkelijk meetbaar te maken.
De board stelt dat Suriname in de komende jaren buitenlandse expertise nodig zal hebben om de offshore olie- en gasontwikkeling op tijd en volgens internationale standaarden te ondersteunen. Het gaat daarbij om gespecialiseerde kennis, technische vaardigheden, certificeringen, projectervaring en discipline die in bepaalde functies nog niet voldoende lokaal beschikbaar zijn.
“Een realistische benadering van Local Content begint met de erkenning dat Suriname tijdelijk buitenlandse expertise nodig zal hebben,” stelt de Local Content Board. “Dat betekent niet dat de deur zonder voorwaarden moet worden opengezet, maar dat het systeem sneller, duidelijker en beter controleerbaar moet worden ingericht.”
Volgens de board moet het beleid rond werkvergunningen niet worden gezien als een administratieve bijzaak, maar als een belangrijk onderdeel van de nationale voorbereiding op de olie- en gasindustrie. Wanneer vergunningstrajecten traag, onduidelijk of moeilijk te volgen zijn, kan dat gevolgen hebben voor projecten, investeringen en de kansen voor lokale bedrijven.
De Local Content Board pleit daarom voor heldere beoordelingscriteria, voorspelbare termijnen, digitale indiening van aanvragen, dossiertracking en betere afstemming tussen de betrokken overheidsinstanties. Ook moeten er duidelijke rapportageverplichtingen komen en moet het vergunningenbeleid worden gekoppeld aan concrete Local Content-doelstellingen.
“Snelheid en controle staan niet tegenover elkaar,” aldus de board. “Een goed ingericht systeem kan juist beide versterken. Als documenten digitaal worden ingediend, termijnen voorspelbaar zijn en gegevens centraal worden vastgelegd, wordt het systeem efficiënter én beter handhaafbaar.”
De board benadrukt dat er onderscheid moet worden gemaakt tussen tijdelijke specialistische functies en structurele arbeidsplaatsen waarvoor lokale opbouw mogelijk is. Buitenlandse deskundigheid moet volgens de organisatie vooral worden ingezet waar die noodzakelijk is, terwijl tegelijkertijd kennisoverdracht, training en versterking van Surinaamse werknemers en bedrijven centraal moeten staan.
Het vraagstuk raakt volgens de Local Content Board niet alleen internationale operators en grote contractors. Juist ook Surinaamse ondernemingen zullen de komende jaren moeten opschalen om diensten en producten te kunnen leveren aan de olie- en gasindustrie en aan sectoren daaromheen. Daarbij kunnen zij tijdelijk buitenlandse expertise nodig hebben voor certificering, training, technische ondersteuning, digitalisering, kwaliteitsverbetering en de inrichting van nieuwe bedrijfsprocessen.
“Een praktisch en voorspelbaar werkvergunningenbeleid is ook MKB-beleid,” stelt de Local Content Board. “Als lokale bedrijven vastlopen in trage of onduidelijke procedures, verliezen zij kostbare tijd en raken zij achterop ten opzichte van grotere internationale spelers.”
Volgens de board beschikken grote internationale ondernemingen meestal over gespecialiseerde afdelingen, consultants en juridische ondersteuning om ingewikkelde procedures te doorlopen. Het Surinaamse midden- en kleinbedrijf heeft die capaciteit vaak niet. Daarom is het volgens de organisatie van belang dat het systeem niet alleen streng en controleerbaar is, maar ook toegankelijk en praktisch uitvoerbaar.
De Local Content Board roept de betrokken instanties op om richting First Oil werk te maken van een moderne aanpak, waarbij tijdelijke buitenlandse expertise wordt toegelaten waar nodig, maar tegelijk aantoonbaar bijdraagt aan lokale capaciteitsopbouw. Alleen op die manier kan Suriname ervoor zorgen dat Local Content niet beperkt blijft tot beleidsdoelen op papier, maar zichtbaar en meetbaar wordt in bedrijven, banen, kennisoverdracht en economische groei.








