Voor een werkelijke hervorming van de onderwijssector is een duurzaam en structureel systeem nodig. Dat kwam dinsdag 9 juni 2026 naar voren tijdens de tweede dag van het Nationaal Onderwijscongres in de Royal Ballroom van Hotel Torarica.
Onderwijsdeskundigen, beleidsmakers en andere betrokkenen benadrukten tijdens verschillende sessies dat hervormingen alleen kans van slagen hebben als zij worden gedragen door een samenhangende en standvastige aanpak.
Het congres staat in het teken van het thema: ‘Educatie: de weg uit armoede, naar groei en vooruitgang’. Volgens de deelnemers moet onderwijs niet alleen worden gezien als een middel om kennis over te dragen, maar ook als een belangrijke voorwaarde voor sociale ontwikkeling, armoedebestrijding en nationale groei.
Tijdens de discussies werd benadrukt dat bij het ontwikkelen van een permanent hervormingssysteem niet alleen de leerling en de leerkracht centraal moeten staan. Ook de randvoorwaarden moeten op orde zijn. Daarbij gaat het onder meer om een motiverende leeromgeving, goede schoolgebouwen, degelijk schoolmeubilair, voldoende leermiddelen en betere doorgroeimogelijkheden binnen het onderwijs.
Een belangrijk aandachtspunt blijft de financiële waardering van leerkrachten. Volgens verschillende sprekers is een betere beloning noodzakelijk om verdere uitstroom van gekwalificeerde krachten tegen te gaan. Ook toegang tot onderwijs voor iedereen, het gebruik van digitale middelen en gerichte scholing van leerkrachten op het gebied van nieuwe technologieën werden genoemd als voorwaarden voor duurzame verbetering.
Onderwijsdeskundige Ivan Fernald benadrukte in zijn toespraak dat de kwaliteit van het onderwijs rechtstreeks samenhangt met de positie van de leerkracht. “De kwaliteit van ons onderwijs staat en valt met de kwaliteit van onze leraar, de waardering van de leraar en de ondersteuning van de leraren”, zei Fernald. Volgens hem kan geen enkele onderwijsvernieuwing succesvol zijn zonder goed toegeruste, gemotiveerde en gewaardeerde onderwijsgevenden.
Fernald stelde dat goede bedoelingen alleen niet voldoende zijn. Er moeten duidelijke prioriteiten worden gesteld en de resultaten moeten meetbaar zijn. Hij ziet het onderwijscongres daarom als een belangrijk moment om plannen te toetsen aan de realiteit, de feiten onder ogen te zien en te luisteren naar het onderwijsveld.
Volgens de onderwijsdeskundige is onmiddellijke actie nodig. Die verantwoordelijkheid ligt volgens hem niet alleen bij het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur, maar bij de samenleving als geheel. Fernald betreurt het dat onderwijsgevenden in de afgelopen jaren onvoldoende zijn betrokken bij belangrijke besluiten over veranderingen binnen het onderwijsproces. Hij benadrukte dat onderwijsvernieuwing alleen kan slagen wanneer alle onderdelen van het systeem op elkaar aansluiten.
Ook het belang van collectief denken kwam tijdens het congres nadrukkelijk naar voren. Volgens de deelnemers heeft Suriname weinig aan versnippering en hokjesdenken. Hans Lim A Po, rector van het FHR Institute for Higher Education, stelde dat een land zonder gemeenschappelijke droom niet vooruitkomt. Hij pleitte voor een gezamenlijke visie op onderwijs en voor meer ruimte voor leerlingen om zelfstandig te leren denken.
Oud-onderwijsminister Marie Levens wees erop dat er in Suriname voldoende kennis aanwezig is om het onderwijs te verbeteren. Volgens haar moet het land nu vooral de keuze durven maken welk onderwijssysteem het beste past bij de nationale realiteit.
De aanwezige deskundigen waren het erover eens dat de hervorming van het onderwijs systematisch moet worden aangepakt. Daarbij moet niet alleen worden gekeken naar leerprestaties, maar ook naar het welzijn van de mens en de bredere ontwikkeling van de samenleving.













