Suriname heeft de gewenste ontwikkeling in de afgelopen decennia mogelijk niet gerealiseerd, omdat het land onvoldoende heeft bepaald welke richting het wil inslaan. Volgens econoom Karl Eckhorst zijn duidelijke keuzes nodig, waarna de instituten en economische structuren op die ontwikkelingsvisie moeten worden afgestemd.
“Als we een mijnbouwland willen zijn, moeten wij alles doen om ervoor te zorgen dat die sector goed wordt ontwikkeld”, zei Eckhorst in een interview met Radio ABC. De econoom, die eerder betrokken was bij onderhandelingen met het Internationaal Monetair Fonds (IMF), stelt dat Suriname eerst moet vaststellen wat voor soort land het wil zijn.
Wanneer wordt gekozen voor een combinatie van mijnbouw en landbouw, moeten volgens hem ook de benodigde instituten, kennis en voorzieningen worden ingericht om beide sectoren duurzaam te ontwikkelen.
Eckhorst spreekt in augustus tijdens een bijeenkomst over local content van het ministerie van Olie, Gas en Milieu. Tijdens zijn presentatie zal hij terugblikken op de economische ontwikkeling van Suriname en analyseren waar het land momenteel staat.
Volgens de econoom is de landbouwsector niet meer wat die vroeger was. De belangstelling voor landbouw is afgenomen, mede doordat de interesses van jongeren zijn veranderd. Jongeren richten zich volgens hem tegenwoordig vaker op sectoren als informatie- en communicatietechnologie en kunstmatige intelligentie.
Uit beschikbare economische gegevens blijkt volgens Eckhorst dat Suriname in het verleden perioden van stabiliteit heeft gekend. Hij benadrukt echter dat een belangrijk deel van die stabiliteit werd gefinancierd met Nederlandse ontwikkelingssteun.
Tijdens zijn presentatie zal Eckhorst ook ingaan op de maatregelen die zijn genomen om eerdere beleidsfouten te corrigeren en welke stappen nodig zijn voor de toekomstige ontwikkeling van het land.
De terugblik op de historische ontwikkeling wordt tijdens de presentatie aangeduid als “Suriname 1.0”. Vervolgens komt de transitiefase aan de orde, die wordt omschreven als “Suriname 2.0”.








