Suriname krijgt via een samenwerking tussen LVV en de FAO extra ondersteuning voor de ontwikkeling van de veehouderij, beter graslandbeheer en een grotere deelname van jongeren. Het project moet tegelijkertijd bijdragen aan meer lokale voedselproductie en minder afhankelijkheid van import.
De veehouderij in Suriname krijgt de komende jaren technische en financiële ondersteuning via een gezamenlijk project van het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) en de Food and Agriculture Organization of the United Nations (FAO). Het project richt zich op modernisering van de sector, duurzamer graslandbeheer en het sterker betrekken van jongeren bij landbouw en veeteelt.
Tijdens een workshop op 17 september 2026 werden vertegenwoordigers uit de agrarische sector geïnformeerd over de uitvoering van het project “Supporting the Surinamese agrifood system through Livestock development and Youth Engagement”, met projectcode TCP/SUR/4102. De openbare projectregistratie van de FAO vermeldt een looptijd van 2026 tot en met 2028 en een totaalbudget van USD 300.000.
Minister Mike Noersalim van LVV stelde bij de opening dat Suriname meer voedsel zelf moet produceren. Vooral de veehouderij biedt volgens hem mogelijkheden om de import van onder meer melkproducten en kip terug te dringen. “Elke dollar die wij uitgeven aan een product dat wij zelf kunnen produceren, is één dollar te veel”, zei de minister.
Veehouderij Suriname moet moderner en productiever worden
Een belangrijk onderdeel van het project is de verbetering van graslanden die worden gebruikt voor runderen en andere veedieren. LVV wil daarbij niet alleen kijken naar de kwaliteit van de bodem, maar ook naar waterbeheer, beweiding, mechanisatie, kennis en technologie. Moderne methoden moeten producenten helpen efficiënter te werken en tegelijkertijd de druk op de bodem en de natuur te beperken.
Volgens LVV is goed grasland een basisvoorwaarde voor een sterkere veehouderij in Suriname. Tijdens de workshop presenteerde beleidsadviseur Ricardo Balai een analyse van de huidige situatie. Als sterke punten werden onder meer de beschikbaarheid van zoetwater, voldoende zonlicht, geschikte bodems en C4-grassen genoemd.
Jongeren moeten nieuwe kennis naar landbouw brengen
Naast productie en graslandbeheer ligt veel nadruk op jongeren. Noersalim uitte zijn bezorgdheid over de afnemende belangstelling voor agrarische opleidingen en beroepen. Volgens hem heeft de sector juist jongeren nodig die kunnen werken met moderne technologie, data en innovatieve productiemethoden. “Zonder jongeren en hun interesse gaan wij ons niet kunnen voeden”, stelde de minister. LVV probeert jongeren al langer richting de agrarische sector te trekken. Zo werden eerder pluimveetrainingen voor jongeren en beginnende kwekers aangekondigd, waarbij deelnemers kennis kregen over onder meer huisvesting, voeding, hygiëne en bedrijfsvoering.
Zonder jongeren en hun interesse gaan wij ons niet kunnen voeden.
FAO-project loopt tot 2028
FAO-vertegenwoordiger Gillian Smith nam vanuit Guyana online deel aan de bijeenkomst. Zij gaf volgens de informatie die tijdens de workshop is verstrekt aan dat voor het traject USD 300.000 en SRD 1 miljoen beschikbaar zijn. In de openbare projectregistratie van de FAO staat TCP/SUR/4102 vermeld met een totaalbudget van USD 300.000. De SRD 1 miljoen wordt in die registratie niet afzonderlijk genoemd.
Smith benadrukte volgens LVV dat samenwerking tussen overheid, producenten, kennisinstellingen, jongeren en andere organisaties noodzakelijk is om resultaten te boeken. De FAO heeft momenteel geen kantoor in Suriname, maar blijft volgens haar vanuit de regio technische ondersteuning bieden.
Graslandbeheer biedt kansen en knelpunten
Uit de analyse die tijdens de workshop werd besproken, blijkt dat er naast kansen ook duidelijke beperkingen zijn. Genoemd werden onder meer onvoldoende technische kennis, beperkte mechanisatie, achterstallig onderhoud en problemen met waterbeheer. Deze factoren kunnen de productiviteit van veehouders beperken en maken gerichte investeringen en training noodzakelijk.
Tegelijk zijn er mogelijkheden voor rotatiebeweiding, demonstratiegraslanden, biodiversiteit en silvopastorale systemen. Bij die laatste methode worden bomen en struiken gecombineerd met veehouderij. Daardoor kan schaduw voor dieren ontstaan, terwijl ook de bodemkwaliteit en het gebruik van beschikbare ruimte beter kunnen worden benut.
Lokale productie moet afhankelijkheid van import verkleinen
De regering wil de ontwikkeling van de veehouderij in Suriname koppelen aan een bredere inzet op voedselzekerheid en zelfredzaamheid. Noersalim wees erop dat lokale productie alleen kan groeien wanneer ondernemers toegang hebben tot kennis, financiering, technologie en afzetmogelijkheden. Hij gaf aan dat er ook mogelijkheden zijn voor financiële ondersteuning via grants.
De minister benadrukte tegelijk dat de overheid de ontwikkeling niet alleen kan dragen. Producenten, opleidingsinstituten, jongerenorganisaties en andere betrokken partijen moeten volgens hem gezamenlijk investeren in een sector die voldoende, betaalbaar en kwalitatief voedsel kan leveren.
Volgende stap is uitvoering in de praktijk
Met de workshop is het project verder in uitvoering gebracht. De komende periode moet duidelijk worden welke trainingen, demonstratieprojecten en technische interventies onder TCP/SUR/4102 worden opgezet en hoeveel producenten en jongeren daarmee daadwerkelijk worden bereikt.
Voor de agrarische sector is het vooral belangrijk dat de plannen leiden tot meetbare verbetering van graslandbeheer, hogere productie en meer instroom van jonge ondernemers. Juist die resultaten zullen bepalen hoeveel effect het FAO-project uiteindelijk heeft op de voedselproductie en de verdere ontwikkeling van de veehouderij in Suriname.








