De FIFA is een disciplinair onderzoek gestart naar de ongeregeldheden die ontstonden na de finale van het WK voetbal 2026 tussen Spanje en Argentinië. Tegelijkertijd neemt de discussie over een verdere uitbreiding van het wereldkampioenschap toe, terwijl voetbalbestuurders openlijk kritiek uiten op het beleid van FIFA-voorzitter Gianni Infantino.
Spanje won de finale op zondag 19 juli met 1-0 na verlenging en veroverde daarmee zijn tweede wereldtitel. Kort na het laatste fluitsignaal raakten spelers en leden van de technische staf van beide landen met elkaar in conflict. De FIFA heeft een aanklager op het gebied van disciplinaire en ethische zaken aangesteld om de gebeurtenissen te onderzoeken. Mogelijke maatregelen zijn schorsingen voor betrokken spelers en stafleden en een boete voor de Argentijnse voetbalbond.
De Argentijnse assistent-bondscoach Roberto Ayala heeft inmiddels zijn verontschuldigingen aangeboden voor zijn confrontatie met de Spaanse middenvelder Dani Olmo. Ayala erkende dat hij zich door de emoties van het moment had laten meeslepen. Volgens hem ging het om een duw en niet om een vuistslag. Hij heeft aangekondigd Olmo persoonlijk zijn excuses te zullen aanbieden.
Voorstel voor WK met 64 landen
Nog voordat de evaluatie van het eerste WK met 48 deelnemende landen is afgerond, wordt al gesproken over een verdere uitbreiding. De Zuid-Amerikaanse voetbalbond CONMEBOL heeft FIFA opgeroepen om het WK van 2030 met 64 landen te organiseren.
FIFA-voorzitter Infantino heeft aangegeven dat het idee na afloop van het WK kan worden onderzocht. Een toernooi met 64 landen zou bij behoud van de huidige structuur uit ongeveer 128 wedstrijden bestaan. Dat zijn 24 wedstrijden meer dan tijdens het WK van 2026 en mogelijk ongeveer een extra week voetbal. Tegenstanders waarschuwen voor hogere kosten, een vollere internationale kalender, grotere belasting van spelers en een mogelijke verzwakking van de regionale WK-kwalificatietoernooien.
Het WK van 2030 wordt volgens de huidige plannen voornamelijk gehouden in Spanje, Portugal en Marokko. Uruguay, Argentinië en Paraguay krijgen ieder een openingswedstrijd vanwege de honderdste verjaardag van het eerste wereldkampioenschap, dat in 1930 in Uruguay werd gehouden.
Spanningen tussen FIFA en UEFA
Ook binnen het internationale voetbalbestuur lopen de spanningen op. UEFA-voorzitter Aleksander Ceferin bleef weg bij de WK-finale vanwege verschillende meningsverschillen met de FIFA.
De Europese voetbalbond had onder meer kritiek op de behandeling van de schorsing van de Amerikaanse speler Folarin Balogun. Ook waren er bezwaren over de uitsluiting van de Somalische scheidsrechter Omar Abdulkadir Artan, die de Verenigde Staten niet mocht binnenkomen, en over operationele aanpassingen zoals verplichte drinkpauzes en een langere rust tijdens de finale.
La Liga-voorzitter Javier Tebas heeft de druk verder opgevoerd door te stellen dat Infantino moet aftreden. Volgens Tebas breidt de FIFA internationale toernooien steeds verder uit ten koste van nationale competities, clubs en het welzijn van spelers. Infantino heeft aangekondigd zich in maart 2027 opnieuw verkiesbaar te stellen voor het voorzitterschap van de wereldvoetbalbond.
Kijkcijferrecord en kritiek op toegankelijkheid
Commercieel gezien boekte het WK van 2026 grote successen. Alleen al in de Verenigde Staten keken bijna 63 miljoen mensen naar de finale tussen Spanje en Argentinië. Bij de WK-finale van 2022 waren dat ongeveer 22,3 miljoen Amerikaanse kijkers. Het totale stadionbezoek tijdens het toernooi kwam volgens de organisatoren uit op ongeveer 6,7 miljoen bezoekers, een WK-record.
Tegenover deze cijfers staat kritiek van supporters- en mensenrechtenorganisaties. Zij stellen dat het WK niet volledig heeft voldaan aan de belofte om het meest inclusieve wereldkampioenschap ooit te worden. Strenge Amerikaanse visumregels zouden supporters uit verschillende deelnemende landen hebben verhinderd het toernooi bij te wonen. De FIFA wees er eerder op dat besluiten over toegang tot een land uiteindelijk door nationale autoriteiten worden genomen.
Spanje nieuwe nummer één, Suriname op plaats 125
Na de wereldtitel is Spanje opnieuw de nummer één op de FIFA-wereldranglijst. Argentinië zakte naar de tweede plaats, gevolgd door Frankrijk en Engeland. Marokko bereikte met de zesde plaats de hoogste positie uit zijn geschiedenis.
Suriname staat in de ranglijst die op 20 juli werd gepubliceerd op de 125ste plaats. De hoogste positie die Suriname ooit bereikte, is de 84ste plaats. De volgende officiële ranglijst wordt op 7 oktober 2026 gepubliceerd.











