Een internationale werkgroep van inheemse organisaties en deskundigen heeft van 27 tot en met 31 juli in Paramaribo vergaderd over de bescherming van inheemse volken die in afzondering leven of slechts beperkt contact hebben met de buitenwereld. Volgens de organisatie zijn in Zuid-Amerika 188 mogelijke groepen geregistreerd, waarvan slechts 60 officieel door overheden zijn erkend.
De Algemene Vergadering werd georganiseerd door de International Working Group on Indigenous Peoples in Isolation and Initial Contact, de GTI-PIACI. Het samenwerkingsverband bestaat uit 21 inheemse en ondersteunende organisaties uit acht Zuid-Amerikaanse landen.
Tijdens de bijeenkomst zijn ontwikkelingen in de regio geëvalueerd en bedreigingen voor de leefgebieden van geïsoleerde inheemse volken besproken. Ook is aandacht besteed aan grensoverschrijdende samenwerking en de prioriteiten van de werkgroep voor het komende jaar.
Volgens de GTI-PIACI beschikken ten minste 128 van de 188 geregistreerde groepen niet over officiële erkenning door de landen waar zij mogelijk leven. Hierdoor zouden deze volken onvoldoende beschermd zijn tegen onder meer mijnbouw, houtkap, ontbossing, illegale activiteiten en ongewild contact met buitenstaanders.
De Verenigde Naties omschrijven geïsoleerde inheemse volken als groepen die geen regelmatig contact onderhouden met de omringende samenleving en contact met buitenstaanders doorgaans afwijzen. Internationale mensenrechtenstandaarden gaan uit van het principe dat hun levens, gezondheid, cultuur en zelfbeschikking het best worden beschermd door hun leefgebieden intact te houden en ongewenst contact te voorkomen.
De werkgroep benadrukt dat de bescherming van deze gebieden ook bijdraagt aan het behoud van miljoenen hectares tropisch bos. Deze bossen spelen volgens de organisatie een belangrijke rol bij het behoud van biodiversiteit, klimaatstabiliteit en het culturele erfgoed van het Amazonegebied en de Gran Chaco.
Geen formele vaststelling in de Guiana’s
In Suriname en de overige Guiana’s zijn tot nu toe geen geïsoleerde inheemse volken formeel geïdentificeerd. De GTI-PIACI stelt dat zorgvuldig en systematisch onderzoek nodig is voordat conclusies kunnen worden getrokken over hun mogelijke aanwezigheid.
Er zijn volgens de organisatie wel verhalen en signalen gedocumenteerd die mogelijk wijzen op de aanwezigheid van geïsoleerde groepen in gebieden nabij de grens met Brazilië. Deze aanwijzingen zijn echter niet officieel bevestigd.
Suriname neemt volgens de werkgroep een bijzondere positie in binnen het Guianaschild, dat ecologische, culturele en inheemse verbindingen heeft met het Amazonegebied. Mogelijke geïsoleerde groepen zouden zich bovendien over grensgebieden kunnen verplaatsen.
De organisatie waarschuwt tegelijkertijd voor toenemende druk op het Surinaamse binnenland door mijnbouwconcessies, ontbossing en andere vormen van bosverlies. Ook het ontbreken van wettelijke erkenning van de grondenrechten van inheemse en tribale gemeenschappen vormt volgens de werkgroep een belangrijk aandachtspunt.
Tijdens een overleg met vertegenwoordigers van de Surinaamse overheid op 31 juli is gesproken over natuurbehoud, de mogelijke aanwezigheid van geïsoleerde inheemse volken, methoden om hun aanwezigheid vast te stellen en hun rol binnen het bosbeheer.
De bijeenkomst moest bijdragen aan verdere samenwerking tussen Suriname en regionale organisaties. Daarbij werd ook een verband gelegd met de Surinaamse ambities op het gebied van duurzaam bosbeheer, de internationale 30×30-doelstelling en het beleid voor landen met veel bos en weinig ontbossing.








