De Inter Amerikaanse Commissie voor de Rechten van de Mens verzamelt in Suriname informatie over persvrijheid, discriminatie en de uitvoering van mensenrechten. Journalisten en maatschappelijke organisaties wijzen vooral op een terugkerende kloof tussen wettelijke garanties en de dagelijkse praktijk.
De persvrijheid in Suriname en de bredere bescherming van mensenrechten stonden centraal tijdens een tweedaags bezoek van vertegenwoordigers van de Inter Amerikaanse Commissie voor de Rechten van de Mens, IACHR. Het bezoek vond donderdag en vrijdag plaats op uitnodiging van de Surinaamse Vereniging van Journalisten, SVJ.
Pedro Vaca Villarreal, speciaal rapporteur voor de vrijheid van meningsuiting, en mensenrechtenspecialist Daniel Corredor Llorente spraken afzonderlijk met journalisten, vertegenwoordigers van de mediasector en maatschappelijke organisaties. Volgens de SVJ wordt de verzamelde informatie meegenomen in een landenrapport over Suriname. De IACHR voert daarvoor ook gesprekken met overheidsautoriteiten.
Een belangrijk onderwerp tijdens de bijeenkomsten was de vraag in hoeverre rechten die in de Grondwet en andere wetgeving zijn vastgelegd daadwerkelijk toegankelijk en afdwingbaar zijn. Deelnemers brachten ervaringen naar voren over vrijheid van meningsuiting, discriminatie, ongelijkheid, transparantie en de werking van overheidsmechanismen die burgers tegen schendingen moeten beschermen.
Journalistieke kwaliteit en zelfregulering centraal
Het bezoek stond ook in het teken van het Rickey Singh Initiative for Journalistic Excellence in the Americas. Dat initiatief van het Bureau van de Speciale Rapporteur voor de Vrijheid van Meningsuiting is vernoemd naar de Caribische journalist Rickey Singh, die van 1937 tot 2025 leefde. Het programma wil kwaliteit, geloofwaardigheid, onafhankelijkheid en maatschappelijke verantwoordelijkheid binnen de journalistiek in Noord- en Zuid-Amerika en het Caribisch gebied versterken.
Volgens de uitgangspunten van het initiatief moet verbetering van journalistieke standaarden vooral vanuit de mediasector zelf komen. Professionele normen, redactionele transparantie en vrijwillige zelfregulering staan daarbij centraal. Het uitgangspunt is dat hogere journalistieke kwaliteit niet afhankelijk moet worden van grotere controle door de overheid.
Persvrijheid in Suriname vraagt ook verantwoordelijkheid
Nita Ramcharan, voorzitter van de SVJ, zei dat deze benadering aansluit bij discussies die binnen de Surinaamse journalistiek worden gevoerd. Zij wees erop dat persvrijheid volgens haar samengaat met verantwoordelijkheid. Niet alleen de ruimte om vrij te publiceren is van belang, maar ook de kwaliteit van berichtgeving, onafhankelijkheid van redacties en het vertrouwen dat burgers in de journalistiek hebben.
Tijdens de sessie met ongeveer 25 journalisten en vertegenwoordigers van de mediasector werd vrijheid van meningsuiting breder besproken dan uitsluitend vanuit het werk van journalisten. Het recht om informatie te zoeken, te ontvangen en te verspreiden geldt voor iedere burger en speelt een belangrijke rol bij deelname aan een democratische samenleving.
Wetten alleen bieden onvoldoende bescherming als de uitvoering in de praktijk achterblijft.
Vrijheid van meningsuiting blijft onderwerp van debat
De discussie over persvrijheid in Suriname raakt ook aan het debat over de zogenoemde muilkorfartikelen in het Surinaamse Wetboek van Strafrecht. In De Nationale Assemblee wordt al langer gesproken over voorstellen om bepalingen te schrappen die volgens initiatiefnemers de ruimte voor kritiek en publieke meningsuiting kunnen beperken. Key News berichtte eerder over de behandeling van deze initiatiefwet.
De gesprekken met de IACHR bieden journalisten en maatschappelijke organisaties volgens de SVJ de mogelijkheid om ervaringen rechtstreeks onder de aandacht te brengen van het Inter Amerikaanse mensenrechtensysteem. Daarbij werd ook uitgelegd welke mogelijkheden bestaan wanneer organisaties of burgers menen dat vrijheid van meningsuiting of andere fundamentele rechten worden geschonden.
Maatschappelijke organisaties melden discriminatie
Op de tweede dag sprak de IACHR met maatschappelijke organisaties, waaronder Projekta, Wan Okasi, IKSUR, Stichting 8 December, PAREA en de Ilse Henar Stichting voor Vrouwenrechten. Ook vertegenwoordigers die zich bezighouden met kinderrechten en andere maatschappelijke vraagstukken namen deel aan de rondetafel.
Volgens deelnemers kwam herhaaldelijk naar voren dat wettelijke rechten niet altijd worden gevolgd door voldoende uitvoering. Vertegenwoordigers van vrouwenorganisaties, de queer gemeenschap en andere groepen wezen op discriminatie en vooroordelen die volgens hen blijven bestaan, ondanks formele wettelijke garanties. Ook onvoldoende transparantie binnen delen van het overheidsbeleid werd als knelpunt genoemd.
Afhankelijkheid van overheidssubsidie kan kwetsbaar maken
Een ander besproken onderwerp was de verhouding tussen maatschappelijke organisaties en de overheid. Sommige organisaties zijn voor activiteiten afhankelijk van overheidssubsidies, terwijl zij tegelijkertijd kritisch moeten kunnen zijn op het beleid. Deelnemers stelden dat die combinatie tot een kwetsbare positie kan leiden wanneer politieke verhoudingen invloed krijgen op financiële ondersteuning.
De IACHR vertegenwoordigers adviseerden organisaties om mogelijke schendingen systematisch vast te leggen. Door feiten, correspondentie, overheidsbesluiten en andere relevante stukken te documenteren, kunnen individuele zaken beter worden onderbouwd. Ook kunnen op langere termijn patronen zichtbaar worden die van belang zijn voor nationale of internationale procedures.
Meer kennis nodig over mensenrechten
Ramcharan noemt vooral de rondetafel met maatschappelijke organisaties een eyeopener. Volgens haar werd duidelijk hoe vaak verschillende sectoren verwijzen naar wetten en besluiten die wel bestaan, maar in de praktijk onvoldoende worden uitgevoerd. Zij vindt daarom dat mensenrechteneducatie eveneens meer aandacht verdient.
Burgers moeten niet alleen formeel rechten hebben, maar ook weten welke rechten dat zijn, hoe zij daarvan gebruik kunnen maken en waar zij terechtkunnen bij een mogelijke schending. De SVJ verwacht dat de verzamelde informatie kan bijdragen aan verdere discussie over mensenrechten en persvrijheid in Suriname. Tegelijk moet het Rickey Singh Initiative de discussie over journalistieke kwaliteit, geloofwaardigheid en onafhankelijke zelfregulering verder stimuleren.









