Het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur wil vijftien scholen meer verantwoordelijkheid geven voor het onderhoud en de beveiliging van hun gebouwen en terreinen. Minister Dirk Currie kondigde vrijdag in De Nationale Assemblee aan dat hiervoor een pilotproject wordt gestart.
Het onderhoud van schoolgebouwen en terreinen behoort momenteel nog tot de verantwoordelijkheid van het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur. Minister Dirk Currie wil daarin verandering brengen door een deel van de dagelijkse beheertaken rechtstreeks bij schooldirecties onder te brengen. De proef begint met vijftien scholen.
Volgens Currie worden de deelnemende schoolleidingen eerst uitgenodigd om afspraken te maken over hun rol binnen het project. Zij moeten zich aan de werkwijze committeren voordat de verantwoordelijkheden daadwerkelijk worden overgedragen. Het ministerie wil voorkomen dat scholen zonder voorbereiding ineens worden belast met taken die tot nu toe centraal worden uitgevoerd.
De pilot richt zich op vier onderdelen. Het gaat om het schoonhouden van schoolterreinen, het schoonhouden van lokalen, kleinschalig onderhoud aan de school en de bewaking van het schoolgebouw en terrein. Daarmee krijgen de directies meer verantwoordelijkheid voor werkzaamheden die direct invloed hebben op de dagelijkse staat en veiligheid van hun school.
Onderhoud van schoolgebouwen verschuift deels naar scholen
Op dit moment vallen deze werkzaamheden binnen de organisatie van het ministerie onder de Technische Diensten van het ministerie. Deze dienst is onder meer belast met het onderhoud van schoolterreinen, reparaties aan gebouwen, schoonmaak en bewaking. Met de pilot wordt onderzocht of een deel van deze uitvoering dichter bij de scholen kan worden georganiseerd.
Currie benadrukte in het parlement dat de verantwoordelijkheden niet zonder begeleiding worden overgedragen. De schoolleidingen die aan het project deelnemen, zullen eerst worden getraind. Volgens de minister is die voorbereiding nodig, omdat niet alle werkzaamheden vanuit één centrale plek efficiënt kunnen worden georganiseerd en aangestuurd.
Schooldirecties worden voorbereid op nieuwe taken
De minister gaf verder aan dat bij deze aanpak ook rekening wordt gehouden met administratieve ondersteuning en een persoon die de school voortdurend kan bewaken. De pilot moet duidelijk maken welke mensen, middelen en procedures schooldirecties nodig hebben om de nieuwe verantwoordelijkheden op een verantwoorde wijze uit te voeren.
“We gaan deze verantwoordelijkheden niet zomaar overdragen aan de schoolleidingen.”
Volgens Currie is decentralisatie nodig, omdat het ministerie niet alles vanuit één centrale organisatie kan regelen. Door schooldirecties dichter bij het dagelijkse beheer te betrekken, moet sneller kunnen worden ingespeeld op praktische problemen zoals schoonmaak, kleine reparaties, onderhoud van terreinen en beveiliging.
Pilot met 15 scholen wordt eerst geëvalueerd
Na afloop van de proef volgt een evaluatie. Op basis van de resultaten kan het ministerie bepalen welke onderdelen goed werken en waar aanpassingen nodig zijn. Daarna kan worden besloten of het systeem ook bij andere scholen wordt ingevoerd.
De schoolleiders die ervaring hebben opgedaan binnen het pilotproject, moeten volgens Currie vervolgens worden ingezet om andere schoolleiders te begeleiden. Daarmee wil het ministerie de opgedane kennis vanuit de eerste vijftien scholen gebruiken bij een eventuele verdere invoering van het systeem.
Onderhoud van schoolgebouwen krijgt bredere aandacht
De plannen komen op een moment waarop de staat van schoolgebouwen nadrukkelijk op de agenda staat. Key News berichtte eerder dat Currie heeft aangegeven dat tientallen scholen voor renovatie in aanmerking komen. De minister stelde daarbij dat de overheid ernaar streeft kinderen onderwijs te laten volgen in een nette en geschikte omgeving. Lees hier het eerdere bericht over de renovatie en staat van Surinaamse scholen.
De nieuwe aanpak voor het onderhoud van schoolgebouwen staat los van grote renovatieprojecten, maar kan een aanvullende rol spelen bij het dagelijkse beheer. Kleine problemen zouden daardoor sneller op schoolniveau kunnen worden aangepakt, terwijl grotere renovaties en bouwkundige werkzaamheden via het ministerie blijven verlopen.
Ook ouders en leerlingen moeten meer betrokken worden
Het ministerie wil daarnaast stimuleren dat scholen leerlingenbesturen en ouderverenigingen oprichten. Volgens Currie kunnen leerlingen via zo’n bestuur leren hoe zij zich organiseren, verantwoordelijkheid nemen en meepraten over onderwerpen die hun eigen schoolomgeving aangaan.
Ouderverenigingen moeten ouders op hun beurt nauwer betrekken bij besluitvorming binnen de school. Daarmee richt het beleid zich niet alleen op onderhoud en beveiliging, maar ook op een grotere betrokkenheid van de hele schoolgemeenschap. De ervaringen van de vijftien scholen moeten uiteindelijk uitwijzen of meer verantwoordelijkheid op schoolniveau daadwerkelijk leidt tot sneller beheer, betere controle op de schoolomgeving en een sterkere samenwerking tussen directies, ouders en leerlingen.









