NPS-parlementariër Jeffrey Lau waarschuwt dat Suriname niet moet wachten tot de eerste grote olie-inkomsten binnenkomen om de financiële huishouding van de staat op orde te brengen. Tijdens de tweede parlementaire ronde over de behandeling van de Comptabiliteitswet 2024 stelde hij dat de wet en het Spaar- en Stabilisatiefonds vóór 2028 volledig operationeel moeten zijn.
Volgens Lau mag de discussie niet blijven hangen bij de vraag of de wet op alle onderdelen meteen volledig uitvoerbaar is. De kernvraag is volgens hem welke onderdelen vóór 1 januari 2028 moeten functioneren om prudent beheer van de olie-inkomsten te garanderen.
De Comptabiliteitswet 2024 moet volgens Lau worden gezien als een verbetering en modernisering van de wet uit 2019. Bestaande onderdelen zoals het verplichtingen-kasstelsel en het Integrated Financial Management Information System (IFMIS) zijn volgens hem al op elkaar afgestemd. De vernieuwingen hangen vooral samen met de koppeling aan het Spaar- en Stabilisatiefonds, betere verantwoordingsprocessen, sterkere controlemechanismen en een explicietere rol voor de Rekenkamer.
Kern moet vóór oliejaar werken
Lau benadrukt dat niet alles vóór 2028 perfect hoeft te functioneren, maar dat de kern van het systeem wel moet werken. Daarbij noemt hij onder meer begrotingsregels, schuldankers, uitgavenplafonds, het Medium-Term Fiscal Framework, de Treasury Single Account, verplichtingenadministratie, cashflowmanagement, audit- en toezichtstructuren en de governance van het Spaar- en Stabilisatiefonds.
Volgens de NPS’er zijn deze onderdelen realistisch uitvoerbaar, omdat zij vooral vragen om bestuurlijke besluitvorming, centrale coördinatie, regelgeving en institutionele discipline. Volledige technologische perfectie is volgens hem daarvoor niet noodzakelijk.
Het grootste implementatieprobleem ligt volgens Lau bij het nog niet volledig operationaliseren van belangrijke onderdelen van de Comptabiliteitswet 2024, waaronder artikel 3 en artikel 5. Ook de verdere uitwerking van het meerjarenkader, begrotingsregels en begrotingsstrategie moet volgens hem worden versneld.
Drie fasen richting 2028
Lau stelt voor om de uitvoering van de wet op te delen in drie fasen. In 2026 moet de nadruk liggen op de normatieve en institutionele voorbereiding. In die fase moeten onder meer de eerste begrotingsregels worden vastgesteld, een basisversie van het meerjarenkader worden ontwikkeld, schuldankers en uitgavenplafonds worden ingevoerd en de implementatie van de Treasury Single Account worden gestart.
In 2027 moet vervolgens de operationele implementatie plaatsvinden. Dan moeten systemen, toezicht en processen daadwerkelijk gaan functioneren. Het gaat volgens Lau onder meer om een werkend Treasury Single Account, een functionerende verplichtingenadministratie, basisintegratie van IFMIS, effectief cashflowmanagement, registratiesystemen voor royalty’s en profit oil en audit- en compliancekaders.
De derde fase moet uiterlijk op 1 januari 2028 zijn afgerond. Tegen die datum moeten de Comptabiliteitswet 2024 en het Spaar- en Stabilisatiefonds operationeel zijn, moet de governance actief functioneren en moeten olie-inkomsten volledig zijn geïntegreerd binnen de begrotingsdiscipline van de Staat.
Politieke wil doorslaggevend
Volgens Lau ligt de grootste uitdaging niet bij de wetgeving of internationale standaarden, maar bij implementatie-aansturing, bestuurlijke prioritering, uitvoeringscapaciteit en politieke wil. Hij stelt dat Suriname al beschikt over technische ondersteuning, internationale begeleiding, voorbereidende Public Financial Management-trajecten en een modern wettelijk kader.
Ook verwijst hij naar een technisch assistentierapport van het IMF uit april 2026, waarin volgens hem prioritaire aanbevelingen zijn gedaan voor implementatie in 2026 en 2027. Daarbij zou zijn aangegeven dat operationalisering in 2028 haalbaar is.
Lau pleit daarnaast voor stevig toezicht. Voorstellen zoals een PFM Steering Committee, halfjaarlijkse rapportages, KPI-monitoring, onafhankelijke audits en actieve betrokkenheid van De Nationale Assemblee noemt hij essentiële voorwaarden. Zonder transparante monitoring dreigt gefaseerde implementatie volgens hem te veranderen in gefaseerd uitstel.
Wettelijke deadline
Een evenwichtige oplossing zou volgens Lau zijn om bepalingen over begroting en verantwoording tijdelijk gefaseerd in te voeren tot en met begrotingsjaar 2027, terwijl de overige bepalingen van de Comptabiliteitswet 2024 volledig van kracht blijven.
Tegelijkertijd moet volgens hem wettelijk expliciet worden vastgelegd dat zowel de Comptabiliteitswet 2024 als het Spaar- en Stabilisatiefonds uiterlijk per 1 januari 2028 operationeel zijn. Ook moet de regering worden verplicht een implementatieprogramma vast te stellen, halfjaarlijks aan De Nationale Assemblee te rapporteren en onafhankelijke monitoring en audits toe te staan.
Lau sloot zijn betoog af met de waarschuwing dat Suriname uiteindelijk niet zal worden beoordeeld op de hoeveelheid olie die het land bezit, maar op de manier waarop de inkomsten worden beheerd. Volgens hem moet nationale rijkdom duurzaam worden beschermd, niet alleen voor de huidige generatie, maar ook voor de generaties die daarna komen.












