Het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij wil de lokale zaadproductie verder versterken. Tijdens een tweedaagse training leerden landbouwers en andere belangstellenden hoe kwalitatief goed zaaizaad kan bijdragen aan hogere opbrengsten, voedselzekerheid en minder afhankelijkheid van import.
Het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) heeft via het directoraat Landbouwkundig Onderzoek, Afzet en Verwerking (DLOAV) op 21 en 22 mei 2026 de training “Zaadproductie” georganiseerd. De training was gericht op het vergroten van kennis over zaadproductie, zaadkwaliteit en plantenveredeling.
Bijzondere aandacht ging uit naar de productie van kwalitatief hoogwaardig zaaizaad van boulanger. Dit gewas behoort tot de belangrijke exportproducten van Suriname en speelt ook een rol in de lokale landbouwproductie en de inkomensvoorziening van landbouwers.
Volgens LVV is goed zaaizaad van groot belang voor een duurzame en concurrerende landbouwsector. Tijdens de training werd daarom ingegaan op het selecteren van gezonde moederplanten, het behouden van gewenste eigenschappen, oogst- en na-oogsthandelingen en controle van zaadkwaliteit. Deze onderdelen moeten bijdragen aan hogere opbrengsten, een meer uniforme productie en een betere kwaliteit van het eindproduct.
Behoud van lokale landrassen
De training was bedoeld voor landbouwers en andere geïnteresseerden binnen de agrarische sector. Een belangrijk doel was deelnemers bewust te maken van het belang van goed zaaizaad en het behoud van lokale landrassen.
Ook werd aandacht besteed aan kwekersrecht en DUS-onderzoek. DUS staat voor Distinct, Uniform and Stable. Daarbij wordt beoordeeld of een nieuw ras onderscheidbaar, uniform en stabiel is en deze eigenschappen behoudt bij vermeerdering.
“Door middel van deze training wordt beoogd de agrarische sector verder te ondersteunen in het verbeteren van productie, voedselzekerheid en duurzame landbouwontwikkeling in Suriname,” zegt Inis Sastro-Kartawi, senior onderzoeker bij de LVV-afdeling Zaadunit en hoofdtrainer van de training.
Volgens haar kan lokale zaadproductie bijdragen aan het verminderen van de afhankelijkheid van geïmporteerd zaad en het versterken van de nationale landbouwcapaciteit.
Theorie en praktijk gecombineerd
Het programma bestond uit theoretische presentaties en praktijkactiviteiten. Op de eerste trainingsdag kwamen onder meer lokale landrassen, basisprincipes van plantenveredeling, zaadproductie en zaadkwaliteitscontrole aan bod.
De tweede dag stond vooral in het teken van praktijkoefeningen. De deelnemers brachten daarbij een bezoek aan een boulanger- en peperaanplant. De training werd afgesloten met een evaluatie en de uitreiking van certificaten.
Deelnemer Stan Moriah reageerde enthousiast op de opgedane kennis. “Het is ongelofelijk wat wij hier geleerd hebben. We waren op de peperaanplant en daar heb ik geleerd hoe je schimmels op peper, die je als leek nooit zou zien, kan ontdekken. Nu weet ik waar ik op moet letten. Nog beter: ik kan nu zelf mijn plantmateriaal aanmaken van goede zaden om zo mezelf en mijn gezin te voorzien. Zo weet ik wat ik eet,” aldus Moriah.
Grote belangstelling
De belangstelling voor de training was volgens LVV bijzonder groot. Binnen korte tijd meldden zich ongeveer 180 geïnteresseerden aan, waardoor een selectie moest worden gemaakt.
Het ministerie geeft aan uit te kijken naar het organiseren van meerdere trainingen, zodat ook andere belangstellenden de gelegenheid krijgen om deel te nemen.











