Het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft opnieuw salarissen geblokkeerd in het onderzoek naar spookambtenaren. Minister Marinus Bee zegt dat het centrale personeelsbestand verder is opgeschoond, maar de door hem genoemde aantallen sluiten niet volledig op elkaar aan.
De aanpak van spookambtenaren heeft volgens minister Marinus Bee van Binnenlandse Zaken in de afgelopen dagen tot nieuwe salarisblokkades geleid. Tijdens de regeringspersconferentie van maandag zei Bee dat opnieuw 252 personen uit de actieve betaling zijn gehaald. Hun salarissen zijn voorlopig geblokkeerd terwijl de betrokken dossiers verder worden afgehandeld.
Bee herinnerde eraan dat het bestand van het Centraal Bureau Mechanische Administratie, CEBUMA, bij zijn aantreden ongeveer 51.300 personen telde. Volgens de minister staat het bestand inmiddels op 48.470. Daarmee is het geregistreerde aantal met 2.830 afgenomen.
Die daling betekent echter niet automatisch dat alle 2.830 personen als spookambtenaren zijn aangemerkt. In een personeelsbestand kunnen ook wijzigingen voorkomen door pensionering, ontslag, overlijden, overplaatsing of administratieve correcties. Bee gaf tijdens de persconferentie geen volledige uitsplitsing van de totale afname.
Aanpak spookambtenaren levert besparing op
De bewindsman meldde eerder dat 1.448 personen waren afgevoerd in het kader van de controle. Maandag zei hij dat dit aantal inmiddels is opgelopen tot 1.740. Volgens Bee gaat het om een aanzienlijke besparing voor de staat, omdat de overheid geen salaris meer uitbetaalt aan personen die niet aan hun verplichtingen voldoen of niet aantoonbaar werkzaam zijn.
De genoemde cijfers bevatten wel een verschil dat nadere toelichting vereist. Een stijging van 1.448 naar 1.740 bedraagt 292 personen en niet 252. Het is daardoor niet duidelijk of de minister met de 252 nieuwe gevallen een afzonderlijke groep bedoelde, of dat een van de genoemde totalen moet worden gecorrigeerd. Een precieze toelichting van het ministerie van Binnenlandse Zaken kan hierover duidelijkheid geven.
Controle richt zich op binnenland en particuliere sector
Het ministerie onderzoekt momenteel vooral personen die in het binnenland verblijven, salaris van de overheid ontvangen, maar niet of onvoldoende op hun werkplek verschijnen. Daarnaast wordt gekeken naar ambtenaren die feitelijk in het bedrijfsleven werken en tegelijk op de loonlijst van de staat blijven staan.
De controle op deze groepen maakt deel uit van een bredere opschoning van het overheidsapparaat. Eerder meldde Key News dat ook meer dan 2.000 personen in het buitenland nog een Surinaams overheidssalaris ontvingen. Bee maakte maandag duidelijk dat niet alle categorieën tegelijk kunnen worden onderzocht en afgehandeld.
De opschoning vordert, maar de overheid moet elke salarisblokkade juridisch kunnen onderbouwen.
Beleidsadviseurs vormen juridisch complex dossier
Na de lopende controles wil het ministerie zich richten op beleidsadviseurs die door de overheid worden betaald. Volgens Bee zijn er adviseurs benoemd die niet over de vereiste bevoegdheden beschikken of voor wie op ministeries geen werkplek beschikbaar is. De minister erkende dat politieke besluiten uit het verleden aan deze situatie hebben bijgedragen.
Het salaris van deze beleidsadviseurs kan volgens hem niet zonder meer worden stopgezet. Veel adviseurs zijn per resolutie benoemd, waardoor de overheid eerst de juiste bestuursrechtelijke en arbeidsrechtelijke procedures moet volgen. Wanneer dat niet gebeurt, bestaat volgens Bee een reëel risico dat de staat met rechtszaken wordt geconfronteerd.
Stap voor stap door personeelsdossiers
Bee benadrukte dat alle problemen binnen het ambtenarenapparaat niet binnen korte tijd kunnen worden opgelost. “We gaan niet alle problemen binnen korte tijd kunnen oplossen. We maken stappen vooruit”, zei hij. Het ministerie wil de verschillende groepen daarom gefaseerd onderzoeken en maatregelen nemen op basis van de beschikbare documenten.
Een zorgvuldige aanpak is belangrijk, omdat een salarisblokkade directe gevolgen heeft voor de betrokken persoon en diens gezin. Tegelijk moet de overheid voorkomen dat publieke middelen worden uitgegeven aan personen die geen werkzaamheden verrichten, elders voltijds werken of zonder geldige reden buiten de dienst blijven.
Meer openheid over cijfers nodig
De verdere opschoning van CEBUMA moet uiteindelijk een betrouwbaarder beeld geven van het werkelijke aantal overheidsmedewerkers en de totale loonkosten. Openbaarmaking van een duidelijke uitsplitsing per categorie kan helpen om de voortgang controleerbaar te maken en vragen over de uiteenlopende cijfers weg te nemen.








