De kortgedingrechter heeft donderdag 29 oktober 2026 de vorderingen van Suriname Green Energy Agriculture N.V. tegen de Staat Suriname afgewezen. Het landbouwbedrijf had de rechter gevraagd de voorgenomen uitzetting van een groep mennonieten uit Suriname tegen te houden.
Met de uitspraak heeft het bedrijf niet de gevraagde rechterlijke bescherming tegen de uitzetting gekregen. De eisende partij is tevens veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de daarvoor in aanmerking komende onderdelen van de uitspraak ook bij een eventueel hoger beroep kunnen worden uitgevoerd.
Het kort geding werd dinsdag 27 oktober aangespannen door Suriname Green Energy Agriculture N.V., vertegenwoordigd door advocaat Derrick Veira. De procedure volgde op de verwijdering van ongeveer zestig mennonieten uit het Masoniagebied. De betrokkenen werden door de politie overgebracht naar Kraka, in het district Para.
Geschil over verblijfsstatus
Tijdens de behandeling stonden de verblijfsstatus van de mennonieten en de rechtmatigheid van de voorgenomen uitzetting centraal. De Staat stelde dat de betrokken buitenlanders niet over de vereiste verblijfsdocumenten beschikken.
Advocaat Veira voerde daarentegen aan dat aanvragen voor een Machtiging tot Kort Verblijf (MKV) waren ingediend, maar dat de overheid daarop niet had gereageerd. Ook wees het landbouwbedrijf op eerdere afspraken met de overheid en de gevolgen die de uitzetting zou hebben voor de landbouwactiviteiten.
De Staat betwistte verschillende onderdelen van deze argumentatie en voerde onder meer aan dat de vorderingen voorbarig waren.
Uitzetting mogelijk volgende stap
Minister Harish Monorath van Justitie en Veiligheid had eerder aangekondigd dat de autoriteiten tot uitzetting zouden overgaan indien de rechter de vorderingen zou afwijzen.
Met het vonnis is het verzoek om de voorgenomen uitzetting tegen te houden afgewezen. Of en wanneer de autoriteiten daadwerkelijk tot uitzetting overgaan, is nog niet bekend.
De precieze juridische overwegingen van de rechter en de hoogte van de toegewezen proceskosten moeten nog uit het schriftelijke vonnis blijken. Ook is nog niet bekend of de eisende partij hoger beroep zal instellen.







