Minister Dirk Currie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (minOWC) zegt dat de regering zich, samen met het ministerie van Openbare Werken en Ruimtelijke Ordening (OWRO), zal beraden op de situatie rond de Unesco-werelderfgoedstatus van Suriname. De aanleiding is het risico dat de historische binnenstad van Paramaribo haar plaats op de Werelderfgoedlijst verliest.
Volgens Currie vormen de geplande bouw van de nieuwe vergaderzaal van De Nationale Assemblée (DNA) en een parkeergarage in de historische binnenstad de belangrijkste aandachtspunten. De regering wil de kwestie zorgvuldig beoordelen, waarbij zowel de cultuurhistorische waarde van het gebied als de belangen van de staat worden meegewogen.
De minister wees erop dat het stilleggen van de bouwprojecten de staat mogelijk kan confronteren met een schadeclaim van ongeveer US$ 50.000. Daar staat tegenover dat Suriname het risico loopt van de Unesco-Werelderfgoedlijst te worden geschrapt als onvoldoende maatregelen worden genomen om de uitzonderlijke universele waarde van het historische centrum te beschermen. Volgens Currie probeert de regering beide risico’s zoveel mogelijk te beperken.
Hij benadrukte dat Suriname tijdig zal reageren op de brief van Unesco over de ontstane situatie. Mocht een Surinaamse delegatie niet in staat zijn de betreffende bijeenkomst bij te wonen, dan zal de regering bevriende landen die zitting hebben in het Unesco-bestuur vragen de Surinaamse positie te ondersteunen.
Currie gaf verder aan dat hij momenteel geen contact onderhoudt met de vertegenwoordiger van Suriname bij Unesco. Volgens de minister speelt er een kwestie die eerst moet worden opgelost voordat het contact kan worden hersteld. Wanneer dat zal gebeuren, kon hij niet aangeven.












