President Jennifer Simons heeft op de Dag der Inheemse Volken opnieuw beloofd het grondenrechtenvraagstuk duurzaam aan te pakken. De regering wil traditionele gezagsdragers en gemeenschappen nadrukkelijk betrekken bij besluiten over hun leefgebieden, economische ontwikkeling en bescherming van het milieu.
De discussie over grondenrechten Suriname krijgt opnieuw politieke nadruk na uitspraken van president Jennifer Simons op zondag 9 augustus 2026. Tijdens het Paremuru Mini Fest in de Palmentuin stelde zij dat haar regering wil komen tot een gezamenlijke en duurzame oplossing waarbij waardigheid, rechtszekerheid en betrokkenheid van Inheemse gemeenschappen centraal staan.
Simons sprak tijdens de viering van de Dag der Inheemse Volken, die dit jaar ook deel uitmaakt van de door haar geïnitieerde Nationale Heritage Month. Volgens de president vormen Inheemse volken een fundamenteel onderdeel van de geschiedenis en identiteit van Suriname. Zij riep op tot meer erkenning van hun erfgoed, traditionele kennis en bijdrage aan het behoud van natuur en cultuur.
Tegelijkertijd wees het staatshoofd op problemen waarmee verschillende gemeenschappen in het binnenland en andere traditionele leefgebieden worden geconfronteerd. Zij noemde onder meer illegale goudwinning, ontbossing, milieuvervuiling en sociale en economische ongelijkheid. In de officiële toelichting van de regering wordt het grondenrechtenvraagstuk opnieuw genoemd als een belangrijk speerpunt van het beleid.
Grondenrechten Suriname opnieuw centraal in regeringsbeleid
Volgens Simons moet de oplossing verder gaan dan tijdelijke bescherming van dorpen of afzonderlijke maatregelen tegen nieuwe concessies. De president verklaarde dat gemeenschappen recht hebben op gerechtigheid en op correcte naleving van internationale afspraken. Daarmee legt zij de lat bij een structurele regeling die niet alleen bescherming biedt, maar ook duidelijkheid moet scheppen over de positie van traditionele gebieden en de zeggenschap van bewoners.
Dat punt is actueel omdat Inheemse organisaties juist deze periode aandringen op wettelijke erkenning van collectieve rechten. Key News berichtte eerder dat het Inheems Kollektief Suriname waarschuwt dat tijdelijke bescherming niet hetzelfde is als een definitieve regeling van grondenrechten. Ook andere organisaties hebben de regering opgeroepen om bescherming van woongebieden niet los te zien van het bredere juridische vraagstuk. De discussie speelt onder meer rond de voorgenomen Wet Bescherming Woon en Leefgebieden. De regering heeft deze maatregel eerder gepresenteerd als tijdelijke bescherming, bedoeld om nieuwe uitgiften en concessies binnen beschermde gebieden tegen te gaan terwijl aan een bredere oplossing wordt gewerkt. Critici vrezen echter dat tijdelijke grenzen onvoldoende recht doen aan traditionele gebieden die zich uitstrekken buiten de directe omgeving van dorpen. Daarmee blijft de centrale vraag welke rechten uiteindelijk wettelijk worden vastgelegd en hoe gemeenschappen daarover kunnen meebeslissen.
Economische ontwikkeling krijgt pas betekenis wanneer gemeenschappen daadwerkelijk worden gehoord en meeprofiteren.
FPIC moet rol krijgen bij besluiten over leefgebieden
Een belangrijk onderdeel van de boodschap van Simons is het principe van Free, Prior and Informed Consent, beter bekend als FPIC. Dit houdt in dat Inheemse volken vooraf, vrij en op basis van voldoende informatie betrokken worden bij besluiten die hun gronden, leefgebieden of natuurlijke hulpbronnen raken. Het principe speelt internationaal een belangrijke rol bij de bescherming van rechten van Inheemse volken en wordt ook toegelicht door het VN Mensenrechtenbureau.
De president benadrukte dat FPIC volgens haar niet moet worden gezien als een blokkade voor nationale ontwikkeling. Zij presenteerde het juist als een basis voor ontwikkeling die rechtvaardiger en duurzamer moet verlopen. Dat betekent in de praktijk dat economische projecten in of nabij traditionele gebieden niet uitsluitend vanuit Paramaribo zouden moeten worden ontworpen, maar dat gemeenschappen vroeg in het proces moeten weten wat er wordt voorbereid en welke gevolgen dat kan hebben.
Olie en gas maken discussie over verdeling urgenter
Simons koppelde het grondenrechtenvraagstuk ook aan de economische vooruitzichten van Suriname. Met de verwachte groei rond olie en gas neemt de druk toe om vooraf duidelijke afspraken te maken over de verdeling van baten, toegang tot gebieden, milieubescherming en de positie van lokale bewoners. Volgens de president is groei alleen betekenisvol wanneer de voordelen niet beperkt blijven tot een deel van de samenleving.
Voor gemeenschappen in het binnenland is die discussie breder dan alleen inkomsten. Economische activiteiten kunnen ook gevolgen hebben voor bossen, rivieren, jachtgebieden, visgronden, kostgronden en plaatsen met culturele of spirituele betekenis. Juist daarom blijft de vraag belangrijk wie toestemming geeft, hoe inspraak wordt georganiseerd en welke garanties gemeenschappen krijgen wanneer projecten hun leefomgeving rechtstreeks beïnvloeden.
Traditioneel gezag moet volgens Simons direct worden betrokken
De president maakte duidelijk dat besluiten over het binnenland volgens haar niet boven de hoofden van traditionele gezagsdragers genomen moeten worden. Het uitgangspunt moet zijn dat het traditioneel gezag en lokale gemeenschappen als gesprekspartner aan tafel zitten wanneer beleid of projecten hun woon en leefgebieden raken. Daarbij moet niet alleen sprake zijn van overleg, maar ook van aantoonbare voordelen voor de betrokken gemeenschappen.
Die benadering raakt aan een discussie die al jaren in Suriname wordt gevoerd over de verhouding tussen de staat, economische ontwikkeling en collectieve rechten. In de praktijk ontstaat regelmatig spanning wanneer concessies, mijnbouwactiviteiten of andere vormen van grondgebruik dicht bij traditionele gebieden plaatsvinden. Voor inwoners gaat het daarbij niet alleen om formeel eigendom, maar ook om toegang tot grond en water die generatieslang wordt gebruikt voor voedselvoorziening, wonen, cultuur en traditionele activiteiten. Een duidelijke wettelijke regeling kan daarom niet alleen rechten vastleggen, maar ook bijdragen aan het voorkomen van conflicten en langdurige onzekerheid. Tegelijk zal de overheid moeten aangeven hoe bestaande belangen van derden worden behandeld en welke procedures gelden wanneer nieuwe economische plannen botsen met aanspraken van lokale gemeenschappen.
Bescherming van natuur gekoppeld aan positie gemeenschappen
Simons ziet voor Inheemse gemeenschappen ook een directe rol bij milieubescherming. Hun kennis van bossen, rivieren, biodiversiteit en traditionele leefwijzen moet volgens haar niet alleen cultureel worden gewaardeerd, maar ook worden meegenomen in beleid. Daarmee verbindt de regering het grondenrechtendossier aan bredere vraagstukken rond natuurbeheer, klimaat, mijnbouw en duurzame economische ontwikkeling.
Tijdens Heritage Month wil de regering volgens de president daarom niet alleen aandacht geven aan culturele viering, maar ook aan concrete stappen richting rechtvaardigheid en samenwerking. De komende periode zal vooral moeten blijken hoe de beloofde duurzame oplossing voor grondenrechten Suriname wordt vertaald naar wetgeving, bestuurlijke afspraken en daadwerkelijke bescherming in het veld. Daarbij zullen zowel de inhoud van nieuwe maatregelen als de mate van inspraak van Inheemse en Tribale gemeenschappen bepalend zijn voor het vertrouwen in het proces.








