De sluis- en gemaalbedieners van het ministerie van Openbare Werken en Ruimtelijke Ordening (OWRO) voeren hun werkzaamheden volgens hun bond al geruime tijd uit onder zware omstandigheden. De medewerkers kregen de afgelopen periode veel kritiek, vooral in verband met wateroverlast, maar het ministerie kampt zelf met een ernstig personeelstekort en achterstallige betaling van overuren.
Rodney Cabenda, voorzitter van de Bond van Sluizen en Gemalen, zegt in gesprek met ABC TV dat de situatie op verschillende posten nijpend is. Als voorbeeld noemt hij Paramaribo-Noord, waar zeven objecten door slechts tien medewerkers moeten worden beheerd. Uit veiligheidsoverwegingen zou volgens hem per shift met twee medewerkers gewerkt moeten worden, maar dat is in de praktijk niet haalbaar.
Volgens Cabenda is de onderbezetting zo groot dat er zelfs geen personeel beschikbaar is voor de derde shift, die na 23.00 uur begint. Hierdoor komen de medewerkers extra onder druk te staan, terwijl zij volgens de bondsvoorzitter juist een belangrijke rol vervullen bij het beheersen van de waterhuishouding.
Onvrede over overuren
Naast het personeelstekort is er volgens Cabenda veel onduidelijkheid over de uitbetaling van overuren. Hij stelt dat vaak wordt gezegd dat arbeiders 200 overuren ontvangen, terwijl het ministerie van Financiën en Planning slechts 80 overuren goedkeurt voor uitbetaling. De bondsvoorzitter wijst erop dat de medewerkers hun overuren voor het laatst in december hebben ontvangen. Sindsdien is volgens hem geen vergoeding voor overwerk meer uitbetaald, terwijl de sluis- en gemaalbedieners onder druk blijven doorwerken. Cabenda reageerde ook op uitspraken van OWRO-minister Stephen Tsang, die sluisbedieners ervan zou hebben beschuldigd dat zij opzettelijk sluizen niet zouden bedienen. Volgens de bondsvoorzitter had de minister eerst informatie moeten inwinnen voordat hij dergelijke uitspraken deed. Hij vindt dat de medewerkers hierdoor onterecht in een kwaad daglicht zijn geplaatst.
Oproep aan samenleving
Ondanks de kritiek vraagt Cabenda de samenleving begrip en ondersteuning. Hij benadrukt dat sluis- en gemaalbedieners niet alleen verantwoordelijk zijn voor het bedienen van de sluizen en gemalen, maar ook te maken hebben met vervuilde kreken en kanalen. Volgens hem wordt het werk bemoeilijkt doordat burgers afval dumpen in waterwegen. Dat vuil moet vervolgens worden verwijderd om te voorkomen dat de doorstroming wordt belemmerd. De bond doet daarom een beroep op de samenleving om geen afval in kreken en kanalen te gooien en zo bij te dragen aan een betere afwatering.














