De parlementaire commissie die de vorderingen tot het in staat van beschuldiging stellen van drie gewezen ambtsdragers behandelt, heeft de hoorfase afgerond. Volgens commissievoorzitter Rabindre Parmessar wordt nu gewerkt aan het advies voor De Nationale Assemblee.
De commissie onder leiding van Rabindre Parmessar heeft het horen van de betrokken gewezen ambtsdragers afgerond. Het gaat om de zaken rond gewezen minister van Binnenlandse Zaken Bronto Somohardjo, gewezen minister van Openbare Werken Riad Nurmohamed en gewezen minister van Financiën Gillmore Hoefdraad. Het parlement moet uiterlijk 9 juni een besluit nemen over de vorderingen van het Openbaar Ministerie.
Parmessar zegt tevreden te zijn over het verloop van de zittingen. Riad Nurmohamed is als eerste in besloten kring gehoord. Volgens Parmessar was dat ook een uitdrukkelijke wens van Nurmohamed en heeft de commissie die wens gerespecteerd. Bronto Somohardjo had daarentegen aangegeven dat hij in het openbaar gehoord wilde worden. Die zitting vond daarom openbaar plaats, waarbij commissieleden en enkele toehoorders vragen konden stellen.

Tijdens de openbare hoorzitting kwam onder meer ter sprake dat Somohardjo volgens zijn eigen beantwoording slechts één keer door de CLAD zou zijn opgeroepen voor verhoor. Commissielid Ebu Jones merkte op dat dit opvallend was, omdat in de zaken rond Nurmohamed en Hoefdraad volgens de beschikbare informatie sprake zou zijn geweest van meerdere verhoormomenten. Parmessar benadrukt echter dat de commissie zich niet zal mengen in de wijze waarop het strafrechtelijk onderzoek is uitgevoerd. Dat is volgens hem een zaak van het Openbaar Ministerie.
“Wij hebben vragen gesteld en Somohardjo is de gelegenheid geboden om daarop in te gaan,” aldus Parmessar. Volgens hem neemt de commissie alle verstrekte informatie mee in haar rapportage. Die rapportage wordt voorbereid voor bespreking in een huishoudelijke vergadering van De Nationale Assemblee. Daarna moet worden besloten of de kwestie in een openbare vergadering wordt behandeld.
Parlement beoordeelt procedure, niet de inhoudelijke schuld
De scherpe lijn die Parmessar trekt, is dat de commissie niet op de stoel van de rechter wil gaan zitten. Volgens hem moet het parlement niet inhoudelijk bepalen of de betrokken ambtsdragers strafbare feiten hebben gepleegd. De commissie kijkt vooral naar het proces en naar de vraag of de wettelijke stappen zorgvuldig zijn gevolgd.
Parmessar zegt dat de commissie moet nagaan of er geen sprake is van een politiek spel en of de vorderingen volgens de regels zijn behandeld. “Wij gaan niet op de stoel van het strafrechtelijke zitten,” stelt hij. Daarmee maakt hij duidelijk dat de uiteindelijke schuldvraag aan justitie en de rechter is, niet aan het parlement.
Volgens Parmessar doen buiten het parlement “wilde verhalen” de ronde over de werkzaamheden van de commissie. Hij zegt dat sommigen de indruk wekken alsof de commissie inhoudelijk over de strafzaken wil oordelen. “Het is duidelijk dat men geen benul heeft waarmee wij bezig zijn. We moeten ons houden aan de geldende regels,” aldus de commissievoorzitter.
OM wil drie gewezen ambtsdragers in staat van beschuldiging laten stellen
Key News heeft de vorderingen van het Openbaar Ministerie mogen inzien. Daaruit blijkt dat procureur-generaal Garcia Paragsingh op 9 maart 2026 drie afzonderlijke vorderingen heeft ingediend bij De Nationale Assemblee.
In de zaak-Somohardjo vraagt het OM om de gewezen minister van Binnenlandse Zaken in staat van beschuldiging te stellen. De verdenkingen houden onder meer verband met vermeend misbruik van personeel, materieel en financiële middelen van het ministerie voor partijpolitieke en privédoeleinden, en met mogelijke bevoordeling van bouwbedrijf MARCON. In de stukken worden onder meer verdenkingen genoemd rond overtreding van de Anti-corruptiewet, valsheid in geschrifte, oplichting van de Staat en ambtsmisdrijf.
In de zaak-Nurmohamed vraagt het OM om de gewezen minister van Openbare Werken in staat van beschuldiging te stellen. Die vordering heeft onder meer betrekking op het project Pan American Real Estate, waarbij volgens de stukken vragen zijn gerezen over betalingen, infrastructuurwerken, woningbouw en financiële afspraken tussen de overheid en betrokken partijen. Het OM noemt in de vordering onder meer mogelijke corruptie, valsheid, oplichting, medeplichtigheid en verduistering.
In de zaak-Hoefdraad vraagt het OM om de gewezen minister van Financiën in staat van beschuldiging te stellen. De verdenkingen houden volgens de stukken verband met onder meer de Surinaamse Postspaarbank, het Fonds Woningbouw Lagere Inkomens, het omzeilen van controlemechanismen en mogelijke bevoordeling van derden. In de vordering worden onder meer deelname aan een criminele organisatie, corruptie, valsheid, oplichting, verduistering en ambtsmisdrijf genoemd.
Advies volgende week verwacht
Volgens Parmessar heeft de commissie veel werk verricht en zijn verschillende stakeholders gehoord in alle drie zaken. Volgende week komt de commissie opnieuw bijeen om het advies verder uit te schrijven richting de huishoudelijke vergadering.
Op basis van de Wet In Staat van Beschuldigingstelling en Vervolging Politieke Ambtsdragers moet het parlement binnen 90 dagen een besluit nemen. Volgens Parmessar heeft de commissie daarom vanaf het begin een strak traject afgesproken. De openbare vergadering waarin De Nationale Assemblee uiteindelijk een besluit moet nemen, moet vóór of uiterlijk op 9 juni worden uitgeschreven.












