De commissie van rapporteurs (CvR) van De Nationale Assemblée (DNA) heeft vrijdag vertegenwoordigers van het Surinaamse bedrijfsleven gehoord over de voorgenomen wettelijke bescherming van dienstmerken. De consultatie vond plaats in het kader van de behandeling van de ontwerpwet tot nadere wijziging van het Reglement Industriële Eigendom Suriname 1912.
Dienstmerken worden gebruikt om diensten van ondernemingen te onderscheiden, vergelijkbaar met de manier waarop handelsmerken producten herkenbaar maken. De invoering van wettelijke bescherming moet vooral meer rechtszekerheid bieden aan bedrijven die diensten aanbieden.
Voor de bijeenkomst waren vertegenwoordigers uitgenodigd van de Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB), het Suriname Business Forum (SBF), de Associatie van Surinaamse Fabrikanten (ASFA) en de Associatie van Kleine en Middelgrote Ondernemingen in Suriname (AKMOS).
De commissie wilde van de organisaties vernemen welke gevolgen, mogelijkheden en aandachtspunten de voorgestelde wetswijziging met zich meebrengt voor ondernemers. Tijdens de gesprekken werd onder meer ingegaan op de praktische uitvoering van de regeling en de mogelijke impact op het ondernemingsklimaat.
Ook werd gesproken over de betekenis van de wetswijziging voor ondernemingen die uitsluitend diensten verlenen. Volgens de commissie kan modernisering van het merkenrecht bijdragen aan innovatie, ondernemerschap en een betere juridische bescherming van bedrijven.
De commissieleden stelden daarnaast vragen over de implementatie van de wet en de wijze waarop ondernemers in de praktijk gebruik zullen kunnen maken van de bescherming van dienstmerken.
De CvR zal de ontvangen opmerkingen verwerken in haar eindverslag over de ontwerpwet. De commissie wordt geleid door Steven Reyme en bestaat verder uit Chuanrui Wang, Ronny Asabina, Raymond Sapoen, Vidjaiprekash Thakoer, Jennifer Vreedzaam en Anni Sadi. Rabindre Parmessar en Kishan Ramsukul woonden de vergadering als toehoorders bij.








