Het dichten van productiviteitsverschillen in de landbouw en het verhogen van de opbrengsten van belangrijke gewassen kunnen de positie van de Amerika’s in de productie van duurzame vliegtuigbrandstof aanzienlijk versterken. Dat stellen het Inter-Amerikaans Instituut voor Samenwerking op het gebied van Landbouw (IICA) en de Pan-Amerikaanse Coalitie voor Vloeibare Biobrandstoffen (CPBIO).
De organisaties brachten dit standpunt naar voren tijdens de 2026 Argus Biofuels & Feedstocks Latin America Conference in São Paulo, Brazilië. Deze conferentie geldt als een van de belangrijkste regionale bijeenkomsten over biobrandstoffen, hernieuwbare grondstoffen en de energietransitie.
Volgens IICA en CPBIO kan de landbouw in de Amerika’s een doorslaggevende bijdrage leveren aan de ontwikkeling van Sustainable Aviation Fuels (SAF). Deze duurzame vliegtuigbrandstoffen worden gezien als een belangrijk instrument om de internationale luchtvaart te verduurzamen en de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen.
Agustín Torroba, internationaal specialist biobrandstoffen en hernieuwbare energie bij IICA en uitvoerend secretaris van CPBIO, nam tijdens de conferentie deel aan twee paneldiscussies met vertegenwoordigers van de industrie, internationale organisaties, bedrijven en deskundigen. Daarbij werd vooral ingegaan op de kansen om de productie van duurzame vliegtuigbrandstof op te schalen en de uitdagingen die daarbij gepaard gaan.
Torroba benadrukte dat landbouw niet moet worden gezien als een obstakel voor de energietransitie, maar juist als een milieuhulpbron voor decarbonisatie. Volgens hem kan het verhogen van de opbrengsten van zes belangrijke gewassen voor biobrandstoffen — maïs, suikerriet, tarwe, soja, palm en koolzaad — de productiecapaciteit van duurzame vliegtuigbrandstof fors vergroten.
“Het dichten van de productiviteitskloof in de landbouw is een van de meest concrete manieren om SAF werkelijkheid te maken,” stelde Torroba. Volgens hem zou een hogere opbrengst van deze gewassen het mogelijk maken om meer dan 512 miljoen kubieke meter duurzame vliegtuigbrandstof te produceren. Dat is meer dan de 449 miljoen kubieke meter die volgens de internationale luchtvaartorganisatie IATA in 2050 nodig zal zijn om de doelstelling van netto nul uitstoot te halen.
Belangrijk daarbij is volgens Torroba dat de uitbreiding van de grondstoffenvoorraad mogelijk is zonder extra landbouwgrond in gebruik te nemen. Daarmee kan landbouw volgens hem uitgroeien tot een echte milieuhulpbron voor de verduurzaming van de luchtvaart.
Tijdens de conferentie werd ook gesproken over de noodzaak van een praktische aanpak voor de ontwikkeling van duurzame vliegtuigbrandstof. Daarbij moet volgens de panelleden worden ingezet op betaalbare, ruim beschikbare en duurzame grondstoffen. Er werd onder meer gewezen op bestaande agro-industriële ketens in de regio, zoals maïs-, suikerriet-, plantaardige oliën-, vetten- en ethanolketens.
De deskundigen benadrukten daarnaast het belang van de zogenoemde HEFA- en ATJ-technologieën. Deze behoren momenteel tot de meest ontwikkelde methoden voor de productie van duurzame vliegtuigbrandstof en kunnen helpen om de olie-, vet- en alcoholketens van de Amerika’s te koppelen aan nieuwe markten voor hernieuwbare vliegtuigbrandstof.
Volgens IICA en CPBIO beschikken de Amerika’s over unieke structurele voordelen om bij te dragen aan de wereldwijde energietransitie. De regio heeft natuurlijke hulpbronnen, jarenlange ervaring met vloeibare biobrandstoffen, bestaande industriële capaciteit en technische expertise die in de afgelopen decennia is opgebouwd.
Toch is er volgens de organisaties meer nodig om dit potentieel om te zetten in concrete investeringen. Daarvoor zijn duidelijke regels, vergelijkbare methodes om de koolstofvoetafdruk te meten en economische prikkels nodig die de commerciële ontwikkeling van duurzame vliegtuigbrandstof wereldwijd kunnen versnellen.
Ook vertegenwoordigers van CPBIO-leden, waaronder ALUR uit Uruguay en BIOCAP uit Paraguay, namen deel aan de conferentie. Zij deelden ervaringen over duurzame grondstoffen, certificering, concurrentiekracht en regionale samenwerking binnen de waardeketens voor biobrandstoffen.











