De mensheid staat voor een paradox. We beschikken over meer wetenschappelijke en technologische kennis om voedsel te produceren dan ooit tevoren. Tegelijkertijd is de noodzaak om onze voedselproductie te veranderen nog nooit zo duidelijk geweest.
De Groene Revolutie was een van de grote successen van de twintigste eeuw. Hogere landbouwopbrengsten maakten het mogelijk miljarden mensen te voeden en hongersnoden af te wenden die velen onvermijdelijk achtten. Maar dat succes had ook een prijs. De intensivering van de landbouw droeg bij aan bodemdegradatie, een hoger verbruik van water en productiemiddelen en schade aan het milieu.
De uitdaging van deze eeuw is om meer te produceren met minder middelen: meer voedsel op minder land en hogere opbrengsten met efficiënter watergebruik. Boeren moeten erop vooruitgaan, terwijl er ook meer koolstof in de bodem wordt opgeslagen, de biodiversiteit toeneemt en ecosystemen gezonder worden.
Die omslag moet centraal staan in de volgende fase van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO). Latijns-Amerika en het Caribisch gebied kunnen daaraan veel bijdragen. De regio is een belangrijke pijler van de mondiale voedselzekerheid en biedt volop ruimte voor landbouwinnovatie.
Argentinië, Brazilië en andere landen hebben productiesystemen ontwikkeld waarin wetenschap, technologie, precisielandbouw, landbouw zonder ploegen, genetische verbetering en nieuwe vormen van beheer van natuurlijke hulpbronnen samenkomen.
De Braziliaanse Cerrado is daarvan een bijzonder voorbeeld. Wetenschappelijk onderzoek en tientallen jaren van innovatie hielpen een gebied dat ooit als weinig geschikt voor landbouw werd beschouwd, uit te groeien tot een van de grote voedselproducerende regio’s ter wereld.
De les is niet dat dit model elders zomaar kan worden overgenomen. De les is dat wetenschap natuurlijke beperkingen kan helpen omzetten in kansen voor ontwikkeling.
Afrika heeft vandaag een eigen landbouwrevolutie nodig. Daarvoor bestaat geen universeel recept. Wel geldt overal hetzelfde uitgangspunt: wetenschappelijke kennis moet richting geven aan beslissingen.
Een groot deel van mijn wetenschappelijke werk heb ik gewijd aan het verband tussen de gezondheid van de bodem en die van planten, dieren, mensen, ecosystemen en uiteindelijk de planeet. Met uitgeputte bodems is duurzame voedselzekerheid niet mogelijk.
Daarom vind ik het initiatief ‘Living Soils of the Americas’ van bijzonder belang. We ontwikkelden het samen met het Inter-Amerikaans Instituut voor Landbouwsamenwerking (IICA), tijdens de ambtstermijn van de Argentijn Manuel Otero.
Het initiatief bracht wetenschappers, overheden, boeren, bedrijven en maatschappelijke organisaties bijeen rond één gedachte: een hogere voedselproductie en bescherming van het milieu hoeven elkaar niet in de weg te staan. Gezonde bodems kunnen koolstof opslaan, water vasthouden, de biodiversiteit versterken en landbouw weerbaarder maken, terwijl zij de productie blijven ondersteunen.
De ervaring uit Noord- en Zuid-Amerika werd vervolgens ook met Afrika gedeeld. Innovaties die gedurende tientallen jaren in gebieden zoals de Braziliaanse Cerrado zijn ontwikkeld, kunnen waardevolle inzichten bieden voor de Afrikaanse savannes. Zo zou moderne internationale samenwerking eruit moeten zien: geen modellen opleggen, maar kennis delen en samen oplossingen ontwikkelen.
De FAO beschikt over veel kennis, een wereldwijde aanwezigheid en het vermogen om partijen bijeen te brengen. Maar internationale organisaties bewijzen hun waarde pas ten volle wanneer zij die mogelijkheden omzetten in concrete voordelen voor hun lidstaten en de mensen voor wie zij werken. In de landbouw betekent dit dat oplossingen de producent moeten bereiken.
De FAO van de toekomst moet dichter bij boeren, wetenschappers, bedrijven, universiteiten en beleidsmakers staan. De organisatie moet werkende oplossingen herkennen, ze verbinden met degenen die ze nodig hebben en helpen om ze aan lokale omstandigheden aan te passen en op grotere schaal toe te passen. De afstand tussen kennis en praktijk moet kleiner worden.
Tijdens mijn jarenlange samenwerking met IICA werkte ik nauw samen met Manuel Otero. Ik zag hoe hij partnerschappen tussen wetenschappers, producenten, overheden en de private sector bevorderde en pleitte voor internationale samenwerking die concrete resultaten oplevert. Onze gezamenlijke ervaring liet zien dat een internationale organisatie een brug kan slaan tussen wetenschap en overheidsbeleid, en kennis van de ene regio naar de andere kan overbrengen.
Die ervaring is relevant voor de uitdagingen waarvoor de FAO staat. De organisatie moet haar banden met lidstaten verdiepen, boeren centraal stellen, de samenwerking met wetenschappers en de private sector versterken en succesvolle werkwijzen beter delen.
Otero’s staat van dienst biedt een concreet perspectief op die verandering. Een mogelijke kandidatuur van hem voor de functie van directeur-generaal van de FAO zou volgens mij oplossingen voor verschillende uitdagingen van de organisatie op tafel brengen.
Toch gaat de vraag verder dan één persoon. Het gaat erom wat voor FAO de wereld nodig heeft.
We hebben een organisatie nodig die een nieuwe landbouwrevolutie kan helpen leiden: gebaseerd op wetenschap, gericht op meer productie met minder middelen, op herstel van bodems en op welvaart voor boeren en gemeenschappen.
De kennis is er al. De voorbeelden ook. Nu moeten we die omzetten in actie.
Ingezonden bijdrage van Rattan Lal, directeur van het Lal Center for Carbon Management and Sequestration (C-MASC) aan Ohio State University en winnaar van de World Food Prize.
Disclaimer
Key News en The Key Network respecteren de vrijheid van meningsuiting zoals vastgelegd in de Grondwet van de Republiek Suriname. Ingezonden artikelen mogen echter niet worden gebruikt om personen te belasteren, ongefundeerde beschuldigingen te uiten, of de reputatie van individuen of Key News te schaden.
Artikelen die dergelijke inhoud bevatten, worden geweigerd. Key News kan op geen enkele wijze juridisch aansprakelijk worden gesteld voor de inhoud van ingezonden artikelen.
De volledige verantwoordelijkheid voor de inhoud van een ingezonden artikel ligt bij de auteur, en de inhoud weerspiegelt niet noodzakelijkerwijs de mening van Key News.








