De regering en vertegenwoordigers van de vakbeweging hebben donderdag 27 augustus 2026 overeenstemming bereikt over een salarisverhoging van 15 procent voor landsdienaren en gelijkgestelden. De verhoging wordt eind september uitbetaald, terwijl het overleg over verdere arbeidsvoorwaarden doorgaat.
De regering kent een 15 procent salarisverhoging toe aan landsdienaren en aan hen gelijkgestelden. De maatregel moet eind september 2026 zichtbaar worden in de salarissen. Daarmee komt er een nieuw voorlopig resultaat uit de onderhandelingen tussen de regering en verschillende organisaties uit de vakbeweging.
De salarisaanpassing volgt na meerdere overlegrondes over de inkomenspositie van ambtenaren. Eerder had de regering een structurele loonaanpassing van 10 procent voorgesteld. Dat aanbod werd door verschillende bonden afgewezen. Ravaksur liet eerder weten vast te houden aan een loonaanpassing van 25 procent. Key News berichtte eerder uitgebreid over de eisen van Ravaksur.
De gesprekken werden de afgelopen weken geïntensiveerd. De regering gaf daarbij aan dat de ruimte voor loonmaatregelen moest worden afgewogen tegen de financiële positie van de Staat. Volgens het ministerie van Binnenlandse Zaken waren de onderhandelingen over loonaanpassingen gericht op verbetering van de inkomenspositie van landsdienaren binnen de financiële mogelijkheden van de overheid.
15 procent salarisverhoging na intensief overleg
Met de 15 procent salarisverhoging komt de regering hoger uit dan het aanvankelijke voorstel van 10 procent. Tegelijk blijft het percentage onder de 25 procent die Ravaksur eerder als inzet naar voren bracht. De gezamenlijke verklaring van donderdag maakt duidelijk dat de salarisverhoging wordt doorgevoerd, maar dat nog niet alle onderdelen van het arbeidsvoorwaardenpakket zijn afgerond.
Dat onderscheid is belangrijk. Partijen hebben een resultaat bereikt over de algemene salarisverhoging, maar daarmee is nog geen definitief akkoord gesloten over alle verdere arbeidsvoorwaarden. Er blijven onderwerpen op tafel die nader moeten worden uitgewerkt, waaronder het financiële kader waarbinnen eventuele aanvullende maatregelen moeten worden uitgevoerd.
Werkgroep krijgt drie maanden
Om de resterende vraagstukken uit te werken, wordt een gemengde werkgroep ingesteld. Die zal bestaan uit acht vertegenwoordigers van de regering en zeven vertegenwoordigers van de vakbeweging. De groep krijgt drie maanden de tijd om met concrete voorstellen te komen voor de verdere invulling van de arbeidsvoorwaarden en het bijbehorende financiële kader.
De samenstelling van de werkgroep betekent dat zowel de overheid als de werknemersorganisaties rechtstreeks betrokken blijven bij het vervolgtraject. De voorstellen moeten meer duidelijkheid geven over welke aanvullende maatregelen financieel uitvoerbaar zijn en op welke manier deze kunnen worden verwerkt in toekomstige afspraken.
De salarisverhoging is rond, maar het bredere loonoverleg is nog niet afgelopen.
Eerder bod van 10 procent afgewezen
De nieuwe 15 procent salarisverhoging volgt op een periode waarin de standpunten van regering en bonden nog behoorlijk uiteenliepen. De regering had aanvankelijk 10 procent voorgesteld. Dat aanbod kreeg onvoldoende steun van de vakbeweging, waarna verder werd onderhandeld over een aangepast voorstel.
Ook de onderwijsbonden wezen het eerste aanbod af. BvL en ALS maakten eerder deze week bekend dat de betrokken bonden het voorstel van 10 procent niet hadden geaccepteerd en een nieuw voorstel van de regering verwachtten. Dat aangepaste voorstel is uiteindelijk uitgekomen op 15 procent.
Verklaring ondertekend door regering en vakbeweging
De gezamenlijke verklaring is namens de regering ondertekend door minister Marinus Bee van Binnenlandse Zaken en Vincent Fernandes, directeur bij Financiën. Aan de zijde van de vakbeweging hebben Armand Zunder namens Ravaksur Plus en Reshma Mangre namens BvL en ALS hun handtekening geplaatst.
Ook Marisa Meye namens de Gezamenlijke Onderwijsbonden en Revelino Eijk, coördinator van de Gezamenlijke Veiligheidsbonden, hebben de verklaring ondertekend. Met de ondertekening leggen de partijen de afspraken over de 15 procent salarisverhoging en het vervolg van de onderhandelingen vast.
Wat betekent de 15 procent salarisverhoging?
Voor landsdienaren en gelijkgestelden betekent de maatregel dat hun algemene salaris met 15 procent wordt verhoogd. De verhoging wordt volgens de bekendgemaakte afspraken eind september 2026 toegekend. Voor werknemers betekent dit een structurele stijging van hun inkomen, al kunnen de exacte bedragen per persoon verschillen op basis van het huidige salaris.
De regering heeft tijdens de onderhandelingen steeds benadrukt dat loonmaatregelen moeten passen binnen de financiële mogelijkheden van de Staat. Voor de vakbeweging staat daar tegenover dat werknemers worden geconfronteerd met hogere kosten en dat verbetering van hun koopkracht noodzakelijk blijft.
Overleg over arbeidsvoorwaarden gaat verder
De 15 procent salarisverhoging vormt daarom wel een concreet resultaat, maar niet het einde van het onderhandelingsproces. De gemengde werkgroep krijgt nu de opdracht de resterende financiële en arbeidsvoorwaardelijke vraagstukken verder uit te werken.
Na afloop van de periode van drie maanden moet duidelijker zijn welke aanvullende voorstellen haalbaar zijn. Dan zal ook blijken of regering en vakbeweging over de resterende arbeidsvoorwaarden tot bredere overeenstemming kunnen komen en welke gevolgen nieuwe afspraken kunnen hebben voor landsdienaren en de overheidsfinanciën.






