NPS-fractieleider Jerrel Pawiroredjo vindt dat een beperkt uitstel van de uitvoering van de Comptabiliteitswet 2024 bespreekbaar kan zijn, maar dat een langdurig uitstel tot eind 2027 moeilijk te verdedigen is. Volgens hem is de wet van groot belang voor een modern en betrouwbaar financieel beheer van de staat, zeker met het oog op de verwachte olie-inkomsten.
De regering is voornemens de volledige uitvoering van zowel de Comptabiliteitswet 2024 als de Wet op het Spaar- en Stabilisatiefonds voorlopig uit te stellen. Tijdens de behandeling in De Nationale Assemblee (DNA) wees Pawiroredjo erop dat de Comptabiliteitswet nauw verbonden is met het Spaar- en Stabilisatiefonds en bedoeld is om begrotingsdiscipline, transparant financieel beheer en prudent schuldbeheer te waarborgen.
De parlementariër vroeg minister Adelien Wijnerman van Financiën en Planning welke concrete stappen sinds de aanname van de wet in 2024 zijn gezet om de uitvoering mogelijk te maken. Ook wilde hij weten welke prioriteiten inmiddels zijn vastgesteld, waarom vertraging is ontstaan en op welke wijze de regering van plan is de achterstand in te halen.
Volgens Pawiroredjo gaat de discussie niet alleen over uitstel, maar vooral over de vraag wanneer Suriname daadwerkelijk zal beschikken over een modern, geloofwaardig en operationeel systeem voor staatsfinanciën. Hij benadrukte dat operationele problemen en een gebrek aan capaciteit geen reden mogen zijn om wetgeving naast zich neer te leggen.
“De minister mag niet in strijd met de wet handelen, ook niet wanneer er sprake is van overmacht”, stelde de NPS-fractieleider. Volgens hem moet de regering alles in het werk stellen om de uitvoering alsnog mogelijk te maken.
Pawiroredjo is van mening dat er voldoende deskundigheid in het land aanwezig is om de implementatie van de wet te ondersteunen. Indien daarvoor extra inspanningen nodig zijn, zoals werken in de weekenden of het beschikbaar stellen van aanvullende vergoedingen, dan moet de overheid die mogelijkheden volgens hem benutten.
Het meest zorgwekkend noemt hij de indruk dat er onvoldoende gekwalificeerd kader beschikbaar zou zijn om het proces te trekken. Volgens Pawiroredjo zijn er wel degelijk deskundigen aanwezig, maar moet de regering bereid zijn ook buiten de politiek naar geschikte mensen te kijken.
De NPS-fractieleider plaatste het probleem in een bredere bestuurlijke context. Volgens hem hebben politici het tekort aan continuïteit binnen ministeries mede zelf veroorzaakt. Bij vrijwel iedere regeringswisseling wordt de ambtelijke top vervangen, waardoor opgebouwde kennis en ervaring verloren gaan.
Daardoor begint elke nieuwe regering volgens Pawiroredjo opnieuw vanaf nul. Dit leidt er vervolgens toe dat steeds weer nieuwe commissies en werkgroepen worden ingesteld, terwijl de noodzakelijke continuïteit binnen het overheidsapparaat ontbreekt.












