De Raad van Ministers heeft sinds het aantreden van de regering Simons-Rusland ruim 1800 missiven behandeld. Dat heeft vicepresident Gregory Rusland bekendgemaakt tijdens zijn toespraak in De Nationale Assemblee bij de behandeling van de begroting 2026.
Volgens Rusland gaat het om een aanzienlijke hoeveelheid bestuurlijk werk dat via de Raad van Ministers is gegaan. In de periode van 16 juli tot en met 31 december 2025 werden 818 missiven behandeld. In de eerste zes maanden van 2026 kwamen daar nog eens 1030 missiven bij. In totaal gaat het daarmee om 1848 missiven.
“De omvang van het werk dat via de Raad van Ministers is behandeld, is aanzienlijk”, zei Rusland. Volgens hem hadden de missiven onder meer betrekking op benoemingen, personeelsaangelegenheden, overeenkomsten, wetgeving, raden van bestuur, commissies, toelagen, staatsbesluiten en andere bestuurlijke besluiten die noodzakelijk waren om de overheid te laten functioneren.
De vicepresident stelde dat de cijfers niet alleen laten zien hoeveel werk is verzet, maar ook welke bestuurlijke opgave de regering bij haar aantreden aantrof. “Deze cijfers laten twee zaken zien. Ten eerste hoeveel bestuurlijke achterstanden moesten worden weggewerkt. Ten tweede hoeveel nieuw beleid en nieuwe besluitvorming tegelijkertijd moesten worden voorbereid en in uitvoering gebracht”, aldus Rusland.
De Raad van Ministers kwam in de tweede helft van 2025 in totaal 27 keer bijeen. In de periode van 1 januari tot en met 24 juni 2026 werden 25 vergaderingen gehouden. Ook onderraden, waaronder de ORAG en de OPA, kwamen bijeen om besluitvorming voor te bereiden. In 2026 vonden onder meer zes vergaderingen van de ORAG plaats.
Volgens Rusland tonen deze cijfers aan dat de regering in de afgelopen maanden intensief heeft gewerkt aan de voorbereiding, bespreking en uitvoering van beleid. Tegelijkertijd benadrukte hij dat vergaderen op zichzelf geen doel mag zijn. “Het gaat erom dat vergaderingen leiden tot besluiten. Dat besluiten worden opgevolgd. Dat knelpunten worden opgelost. En dat de samenleving uiteindelijk resultaten ziet”.
De vicepresident zei dat de Raad van Ministers zich in de afgelopen periode niet alleen heeft beziggehouden met formele besluitvorming, maar zich ook intensief heeft laten informeren door deskundigen, ministeries en betrokken instanties over maatschappelijke vraagstukken. Daarbij kwamen onder meer verkeersveiligheid, de problematiek van zwervers, opslag van gevaarlijke stoffen, CARICOM, de Nationale Milieu Autoriteit, local content, het sociaal programma, wateroverlast, slechte wegen en de situatie rond Danny’s Village aan de orde.
“Dit laat zien dat de Raad van Ministers niet alleen bestuurt, maar ook vooruitkijkt”, zei Rusland. Volgens hem moet de Raad een plaats zijn waar problemen integraal worden bekeken, informatie wordt gedeeld, beleid wordt afgestemd en richting wordt gegeven aan uitvoering.
Rusland plaatste de cijfers in het bredere kader van herstel en versterking van het bestuur. Volgens hem begon de regering niet vanuit een eenvoudige uitgangspositie en moesten achterstanden worden weggewerkt, terwijl tegelijk nieuw beleid moest worden voorbereid. “Dat is geen geringe opgave geweest. Het vroeg van de regering, van de ministeries, van de ambtelijke diensten en van de Raad van Ministers een grote mate van inzet, voorbereiding en bestuurlijke discipline.”
Met de begroting 2026 wil de regering volgens Rusland de overgang maken naar een fase waarin uitvoering, monitoring en meetbare resultaten centraler komen te staan. Hij benadrukte dat de samenleving uiteindelijk vooral wil zien dat de overheid functioneert, besluiten worden genomen en beleid verschil maakt in het dagelijks leven van burgers.










