Vicepresident Gregory Rusland zegt dat Suriname mogelijk nog dit jaar kan beschikken over klimaatmiddelen via internationale REDD+-trajecten. Daarbij benadrukte hij dat traditionele gezagsdragers en lokale gemeenschappen een cruciale rol vervullen in het beschermen van het bos en het vormgeven van duurzaam klimaatbeleid.
Rusland sprak maandag 13 april tijdens een tweedaagse high level bijeenkomst over natuurbehoud met traditionele gezagsdragers, gehouden in de Ballroom van Hotel Torarica. De bijeenkomst staat in het teken van de voorbereiding van het REDD+-traject via het Green Climate Fund (GCF). Daarnaast neemt Suriname deel aan een internationaal REDD+-mechanisme in samenwerking met de Coalition for Rainforest Nations en Deutsche Bank.
Volgens de vicepresident is er een serieuze kans dat via dit traject reeds in 2026 middelen voor Suriname beschikbaar komen. Hij noemde dit een rechtmatige erkenning van de inspanningen die Suriname levert op het gebied van bosbehoud, en in het bijzonder van de bijdrage van gemeenschappen die volgens hem al generaties lang offers brengen om de bossen te beschermen.
Rusland stelde dat het beleid gericht moet zijn op gezamenlijke actie tegen de ongereguleerde vernietiging van het bos. Hij waarschuwde dat de natuurlijke rijkdom van Suriname niet mag worden uitgehold en onderstreepte dat bescherming van het binnenland hand in hand moet gaan met aandacht voor andere kwetsbare gebieden in het land.
Hij wees daarbij ook op de situatie in de kustvlakte, waar het grootste deel van de bevolking woont. Volgens de vicepresident vraagt klimaatverandering om gerichte investeringen in onder meer adaptatie, mangroveherstel, kustbescherming, versterking van landbouwsystemen en voedselzekerheid.
In zijn toespraak legde Rusland nadruk op de rol van traditionele gezagsdragers. Hij omschreef hen niet als toehoorders, maar als dragers van gezag, kennis, traditie en verantwoordelijkheid binnen hun gemeenschappen. Daarbij gaf hij aan dat de regering het principe van vrije, voorafgaande en geïnformeerde toestemming, beter bekend als FPIC, serieus neemt en beschouwt als een fundamenteel uitgangspunt in de omgang met gemeenschappen.
De vicepresident sprak verder van een unieke kans voor Suriname om internationaal te laten zien dat ontwikkeling en natuurbehoud samen kunnen gaan. Volgens hem kan het land bewijzen dat economische vooruitgang, klimaatactie en respect voor gemeenschappen elkaar niet hoeven uit te sluiten.


