De discussie rond de Comptabiliteitswet 2024 laat opnieuw zien waar Suriname al jaren mee worstelt: niet een gebrek aan waarschuwingen, niet een gebrek aan rapporten en zelfs niet een gebrek aan wetten, maar een chronisch gebrek aan uitvoering, discipline en politieke urgentie.
Het betoog van DNA-lid Jeffrey Lau maakt één ding glashelder: Suriname heeft geen tijd meer om te blijven improviseren. De eerste substantiële olie-inkomsten worden vanaf 2028 verwacht en tegen die tijd moeten de financiële beschermingsmechanismen van de Staat operationeel zijn. Niet op papier, niet in speeches, maar in de praktijk.
Wat opvalt in het betoog van Lau is dat hij niet beweert dat alles morgen perfect moet functioneren. Hij erkent dat implementatie gefaseerd kan gebeuren. Maar hij koppelt daar wél harde deadlines aan. En precies daar zit de kern van de discussie. Want waarom praten wij anno 2026 nog steeds over begrotingsregels, schuldankers, uitgavenplafonds, toezichtstructuren, audits, cashflowmanagement, het operationaliseren van het Spaar- en Stabilisatiefonds en een goed werkend financieel controlesysteem?
Suriname weet al jaren dat de olie-inkomsten eraan komen. Internationale instellingen zoals het IMF, de IDB en CARTAC begeleiden het land bovendien al geruime tijd met technische ondersteuning en Public Financial Management-trajecten. De aanbevelingen zijn dus niet nieuw. En precies op dat punt faalt het systeem al jaren.
Steeds opnieuw horen burgers: er komt een plan; er komt een commissie; er komt begeleiding; er komt een traject; er wordt eraan gewerkt. Maar waar blijft de daadwerkelijke uitvoering? Want wetten alleen beschermen een land niet. Een wet zonder handhaving, toezicht en discipline blijft uiteindelijk slechts een document.
Dat is precies waarom termen als MTFF, TSA, IFMIS en audits niet zomaar technische begrippen zijn. Achter die moeilijke woorden schuilt een fundamentele vraag. Hoe voorkomen wij dat toekomstige olie-inkomsten verdwijnen in wanbeheer, politieke willekeur, schulden en chaos?
Een MTFF moet zorgen voor financiële planning op langere termijn. Een TSA moet ervoor zorgen dat staatsgelden centraal gecontroleerd worden. IFMIS moet beter toezicht mogelijk maken op inkomsten en uitgaven van de overheid. Audits moeten onafhankelijke controle garanderen. Dit zijn geen luxeprojecten.
Dit zijn beschermingsmechanismen voor het land. En misschien is dat nog het belangrijkste punt uit het hele debat: de grootste uitdaging is niet technologie. De grootste uitdaging is politieke wil. Want veel van de noodzakelijke maatregelen vereisen volgens Lau vooral: bestuurlijke discipline, duidelijke regelgeving,
centrale coördinatie en consequente uitvoering. Met andere woorden: het probleem is steeds minder onmacht en steeds meer gebrek aan urgentie.
Ook de waarschuwing van Lau dat “gefaseerde implementatie” niet mag veranderen in “gefaseerd uitstel” verdient serieuze aandacht. Want Suriname heeft inmiddels een geschiedenis opgebouwd van: onafgemaakte hervormingen; wetten die nooit volledig worden uitgevoerd; rapporten die verdwijnen in laden; en instituten die op papier bestaan maar in de praktijk zwak functioneren. We zien dat dit bij meerdere wetten en hervormingen terugkomt.
En daarom is de vraag vandaag niet meer of Suriname rijk zal worden door olie. De vraag is: zal Suriname eindelijk de discipline opbrengen om die rijkdom verantwoord te beheren? Want olie alleen gaat Suriname niet redden. Sterke instituten, transparantie, toezicht en politieke verantwoordelijkheid misschien wel.
Dit is een ingezonden bijdrage
Dit artikel is een ingezonden bijdrage. De inhoud is geschreven op persoonlijke titel en valt onder de verantwoordelijkheid van de auteur. De redactie van Key News Suriname onderschrijft de standpunten in deze bijdrage niet per definitie.
Wilt u ook een opiniestuk of ingezonden bijdrage insturen? Bekijk hier de voorwaarden en werkwijze.











