Het aantal uitbraken van vogelgriep onder dieren in Noord-, Midden- en Zuid-Amerika is dit jaar afgenomen. Toch blijft het vogelgriepvirus A(H5) circuleren onder vogels en zoogdieren. De Pan-Amerikaanse Gezondheidsorganisatie (PAHO) roept landen daarom op de controle en samenwerking tussen gezondheids-, veterinaire en milieuautoriteiten te versterken.
Tussen januari en 15 juli 2026 werden in tien landen in de regio in totaal 455 uitbraken onder dieren geregistreerd. Het ging om 386 uitbraken bij vogels en 69 bij zoogdieren. In dezelfde periode van 2025 waren er 612 uitbraken. Dat betekent een daling van bijna 26 procent.
Vooral onder zoogdieren was sprake van een sterke afname. Het aantal geregistreerde uitbraken daalde van 196 in 2025 naar 69 dit jaar, een vermindering van bijna 65 procent.
Volgens PAHO zijn in 2026 tot nu toe geen besmettingen bij mensen vastgesteld in de Amerika’s. Tussen 2022 en eind 2025 werden in Canada, Chili, Ecuador, Mexico en de Verenigde Staten gezamenlijk 75 menselijke besmettingen met A(H5)-virussen gemeld. Het meest recente geval in de regio dateert van november 2025.
Wereldwijd werden tussen 2003 en 7 augustus 2026 in 25 landen 1.002 bevestigde menselijke besmettingen met het subtype A(H5N1) geregistreerd. Daarvan overleden 479 patiënten. In 2026 zijn wereldwijd negen besmettingen en twee sterfgevallen gemeld.
Hoewel het aantal uitbraken in de Amerika’s is afgenomen, blijft het virus zich geografisch verspreiden. Tussen oktober 2025 en juli 2026 werd vooral in Europa een sterke toename onder wilde vogels waargenomen. Ook in Australië en Nieuw-Zeeland werd het virus aangetroffen in gebieden waar het eerder niet was vastgesteld.
Volgens de beschikbare wetenschappelijke gegevens is aanhoudende overdracht van mens op mens niet aangetoond. De meeste menselijke besmettingen houden verband met direct of indirect contact met besmette dieren of een verontreinigde omgeving.
De Wereldgezondheidsorganisatie, de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties en de Wereldorganisatie voor Diergezondheid beoordelen het algemene risico voor de volksgezondheid nog altijd als laag. Voor personen die beroepsmatig of regelmatig in contact komen met mogelijk besmette dieren, wordt het risico als laag tot matig ingeschat.
PAHO adviseert extra toezicht op onder anderen pluimveewerkers, dierenartsen, laboratoriummedewerkers en landbouwproducenten. Ook moeten pluimveebedrijven hun bioveiligheidsmaatregelen aanscherpen en dienen nieuwe uitbraken of vermoedelijke besmettingen snel te worden gemeld en onderzocht.
Mensen die aan besmette dieren zijn blootgesteld, moeten volgens de organisatie gedurende veertien dagen na het laatste contact worden gecontroleerd op mogelijke ziekteverschijnselen.
PAHO benadrukt dat er geen aanwijzingen zijn dat vogelgriep wordt overgedragen door het eten van goed bereide kip, eieren of andere pluimveeproducten. De organisatie adviseert daarnaast om uitsluitend gepasteuriseerde melk te consumeren en rauwe melk te vermijden.








