Voor het schooljaar 2026/2027 hebben 316 scholen zich aangemeld voor het nationale schoolvoedingsprogramma. De presidentiële werkgroep Schoolvoedingsproject streeft ernaar in de derde of vierde week van oktober met de leveringen te beginnen. Dat zegt voorzitter Mireille Cramer in een vraaggesprek met de Communicatie Dienst Suriname (CDS).
Volgens de meest recente registratie gaat het binnen het programma om ongeveer 34.000 broden en warme maaltijden. De werkgroep rondt momenteel de voorbereidingen af en voert aanpassingen door op basis van de ervaringen uit het afgelopen schooljaar.
Een belangrijke wijziging is de verkleining van de leveringsgebieden, die binnen het programma als kavels worden aangeduid. Het aantal kavels is uitgebreid van 18 naar 34. Daarbij is rekening gehouden met het aantal dagelijkse leveringen per leverancier en de ligging van de scholen.
“Door de kavels te verkleinen, wordt het aantal dagelijkse leveringen per leverancier beter beheersbaar. Tegelijkertijd hebben we rekening gehouden met de logistieke ligging van de scholen. Daarmee streven we naar kwaliteitsbehoud en tijdige levering”, aldus Cramer.
Warme maaltijden ook in Marowijne
Het schoolvoedingsprogramma wordt landelijk uitgevoerd. In Brokopondo en Sipaliwini worden voornamelijk warme maaltijden verstrekt. Dit schooljaar wordt Marowijne daaraan toegevoegd. In de overige districten ligt de nadruk op broodmaaltijden.
Volgens Cramer stond het schooljaar 2025/2026 vooral in het teken van de opbouw en monitoring van het programma. De werkgroep heeft daardoor beter zicht gekregen op onderdelen die goed functioneren en op knelpunten die aanpassing vragen.
Meer lokale producten
De werkgroep onderzoekt daarnaast hoe lokaal geproduceerde voedingsmiddelen een grotere plaats kunnen krijgen binnen het programma. Dit sluit volgens Cramer aan bij de visie van president Jennifer Simons om de lokale productie te stimuleren.
In het afgelopen schooljaar is hiervoor een voorbereidende proef uitgevoerd bij een selectie van scholen uit verschillende gebieden. In het nieuwe schooljaar worden meer scholen bij de pilot betrokken. Daarbij wordt rekening gehouden met verschillen in voedingsbehoeften.
“Een kind uit de omgeving Latour kan een andere behoefte hebben dan bijvoorbeeld een kind uit Ma Retraite of het binnenland”, legt Cramer uit.
Controle op voedselveiligheid
Leveranciers zijn ieder verantwoordelijk voor een toegewezen kavel. Bij de uitvoering wordt toegezien op hygiëne, kwaliteit en voedselveiligheid. Samen met het Bureau Openbare Gezondheidszorg (BOG) zijn trainingen over voedselveiligheid verzorgd voor leveranciers en hun medewerkers. Ook districtscommissarissen worden betrokken bij de monitoring en controle.
Cramer benadrukt dat het programma kinderen moet ondersteunen bij het volgen van onderwijs. “Laten we er met z’n allen voor zorgen dat ieder kind, ongeacht zijn of haar omstandigheden, tijdens de schooldag iets kan eten. Uiteindelijk willen we dat kinderen zich kunnen concentreren op leren en zich ontwikkelen”.











