Lui Jianming, beter bekend als ‘Andy’, en zijn advocaat uiten stevige kritiek op het Openbaar Ministerie (OM) naar aanleiding van zijn aanhouding en inverzekeringstelling in de brandstichtingszaak rond de witte Ford Raptor.
In een gezamenlijk uitgebracht persbericht stellen zij dat het OM onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld bij de beoordeling van de beschuldigingen tegen Andy. Het Hof van Justitie verklaarde op 21 oktober 2026 zijn aanhouding en inverzekeringstelling onrechtmatig en beval zijn onmiddellijke invrijheidstelling.
De zaak draait om een witte Ford Raptor die op 12 oktober 2026 in brand werd gestoken. Een verdachte die in verband met de brandstichting werd aangehouden, wees Andy, voorzitter van een Chinese vereniging, aan als de opdrachtgever. Naar aanleiding van deze beschuldiging werd ook Andy aangehouden en in verzekering gesteld.
Volgens het persbericht van Andy en zijn advocaat vertoonden de belastende verklaringen belangrijke tegenstrijdigheden. Daarnaast zouden ondersteunende gegevens ontbreken waaruit blijkt dat Andy en de aangehouden verdachte contact hadden of samenwerkten bij de voorbereiding of uitvoering van de brandstichting.
De vertegenwoordiging van Andy vraagt zich daarom af in hoeverre het OM de betrouwbaarheid van de beschuldigingen voldoende heeft onderzocht voordat tot vrijheidsbeneming werd overgegaan.
Advocaat kritisch over optreden OM
In het persbericht stelt de verdediging dat het OM tijdens de behandeling van de zaak bij het Hof geen overtuigende antwoorden kon geven op wezenlijke vragen over het strafdossier en de grondslag voor de vrijheidsbeneming.
Volgens Andy en zijn advocaat moet bij een ernstige verdenking als brandstichting zorgvuldig worden vastgesteld of er voldoende aanwijzingen bestaan om iemand als verdachte aan te merken en van zijn vrijheid te beroven.
Zij benadrukken dat de ernst van een strafbaar feit geen vrijbrief mag zijn om beschuldigingen zonder voldoende kritische toetsing als uitgangspunt te nemen voor een aanhouding en inverzekeringstelling.
Het Hof van Justitie oordeelde op 21 oktober dat de aanhouding en inverzekeringstelling van Andy onrechtmatig waren. Volgens zijn vertegenwoordiging onderstreept deze beslissing dat het OM verantwoording moet afleggen over de wijze waarop in deze zaak is gehandeld.
Tegelijkertijd wordt in het persbericht erkend dat de rechterlijke beslissing geen vrijspraak inhoudt. Evenmin is daarmee vastgesteld dat de beschuldiging tegen Andy bewust is verzonnen.
Andy wijst op materiële en immateriële schade
Andy en zijn advocaat vragen ook aandacht voor de persoonlijke en maatschappelijke gevolgen van zijn aanhouding. Volgens hen heeft de vrijheidsbeneming niet alleen gevolgen gehad voor zijn persoonlijke leven, maar ook voor zijn reputatie en maatschappelijke positie.
In het persbericht wordt gewezen op de mogelijke langdurige gevolgen van publieke beschuldigingen, vooral wanneer het gaat om iemand die een maatschappelijke functie vervult.
Andy stelt door de gang van zaken zowel materiële als immateriële schade te hebben geleden. Zijn vertegenwoordiging vindt dat deze gevolgen serieus moeten worden genomen.
Oproep tot excuses en maatregelen
In het persbericht roepen Andy en zijn advocaat het Openbaar Ministerie op om duidelijkheid te verschaffen over de gronden waarop zijn aanhouding en inverzekeringstelling waren gebaseerd.
Zij willen onder meer weten hoe de belastende verklaringen zijn beoordeeld, welke tekortkomingen uit de rechterlijke beslissing naar voren komen en welke maatregelen het OM zal treffen om soortgelijke situaties in de toekomst te voorkomen.
Daarnaast vinden zij dat het OM verantwoordelijkheid moet nemen voor de door het Hof vastgestelde onrechtmatigheid en passende excuses aan Andy moet aanbieden.
Volgens de vertegenwoordiging van Andy wordt het vertrouwen van burgers in justitiële instanties mede bepaald door de manier waarop deze omgaan met rechterlijke kritiek en eventuele tekortkomingen in hun optreden.
Met het persbericht willen Andy en zijn advocaat nadrukkelijk aandacht vragen voor de rechtsbescherming van burgers en de zorgvuldigheid waarmee vervolgingsinstanties omgaan met vrijheidsbeneming.







