Minister Raymond Landveld van Transport, Communicatie en Toerisme (TCT) wil duidelijkheid over de overeenkomst tussen Surinam Airways en Global X. Vooral de afspraken over vervangende capaciteit bij uitval van een toestel roepen vragen op na de recente problemen met regionale vluchten.
Het SLM Global X contract moet volgens minister Raymond Landveld van Transport, Communicatie en Toerisme nader worden bestudeerd om vast te stellen welke afspraken precies tussen beide luchtvaartmaatschappijen zijn gemaakt. De bewindsman zegt de volledige inhoud van de overeenkomst nog niet te kennen en wil daarom terughoudend zijn met definitieve conclusies over de problemen rond de wetlease.
Een belangrijk punt voor Landveld is de vraag wat partijen hebben afgesproken wanneer het door Global X ingezette toestel niet beschikbaar is. Volgens de minister kunnen bij een wetlease afspraken worden gemaakt over vervangende capaciteit wanneer een vliegtuig door technische of andere operationele problemen uitvalt. Uit de informatie waarover hij momenteel beschikt, zou zo’n specifieke vervangingsclausule mogelijk niet in de overeenkomst zijn opgenomen.
Landveld wil eerst nagaan wat daadwerkelijk schriftelijk is vastgelegd. Daarmee blijft vooralsnog onduidelijk of Global X contractueel verplicht was onmiddellijk een ander vliegtuig beschikbaar te stellen wanneer het toestel voor de SLM operatie uitviel. Evenmin kan op basis van de openbaar beschikbare informatie worden vastgesteld dat SLM zelf een contractuele verplichting heeft geschonden.
SLM Global X contract kwam eerder al onder druk
Surinam Airways maakte op 29 augustus bekend dat zij voor de regionale vluchtuitvoering uitgebreide en schriftelijk vastgelegde afspraken met ACMI-partner Global X had gemaakt. SLM stelde daarbij dat de uitvoering in de praktijk op onderdelen anders was verlopen dan op basis van de gemaakte afspraken en operationele uitgangspunten had mogen worden verwacht.
De maatschappij maakte toen echter niet bekend om welke bepalingen het precies ging. Ook wees SLM niet expliciet aan welke partij verantwoordelijk was voor de afwijkingen. Key News berichtte eerder daarom dat er wel sprake was van afwijkingen in de uitvoering, maar dat uit de mededeling niet kon worden geconcludeerd wie contractueel tekort was geschoten.
Vervangend toestel centraal in vragen Landveld
De opmerkingen van Landveld richten de aandacht nu vooral op de inhoud van het contract zelf. Wanneer een vervangingsclausule inderdaad ontbreekt, kan dat van belang zijn voor de vraag welke verplichtingen Global X had nadat een toestel niet beschikbaar bleek. Het enkele feit dat vervangende capaciteit niet direct kon worden geleverd, betekent namelijk niet automatisch dat een contractuele afspraak is geschonden.
Daarvoor moet eerst worden vastgesteld welke prestaties in het SLM Global X contract zijn gegarandeerd, welke uitzonderingen zijn opgenomen en welke verantwoordelijkheden bij SLM en Global X liggen. Landveld heeft aangegeven die bepalingen verder te willen bestuderen voordat hij een definitief oordeel geeft.
Het contract moet duidelijk maken wat SLM en Global X daadwerkelijk over vervangende capaciteit hebben afgesproken.
Regionale vluchten kwamen onder zware druk
De discussie over de overeenkomst speelt zich af tegen de achtergrond van aanhoudende problemen met het regionale vluchtschema van de nationale luchtvaartmaatschappij. De situatie verslechterde nadat het eigen SLM-toestel PZ-TCX door technische problemen in Guyana buiten dienst raakte. Key News meldde eerder dat hierdoor verschillende regionale verbindingen onder druk kwamen te staan.
SLM maakte vervolgens gebruik van ingehuurde capaciteit om de gevolgen van de uitval op te vangen. Global X werd daarbij als ACMI-partner ingezet. Bij een dergelijke constructie levert de externe luchtvaartmaatschappij doorgaans het vliegtuig, de bemanning, het onderhoud en de verzekering. Global X omschrijft ACMI-wetlease in documenten bij de Amerikaanse Securities and Exchange Commission eveneens als een belangrijk onderdeel van zijn bedrijfsmodel.
SLM zoekt naar minder kwetsbare constructie
De ingehuurde capaciteit bleek uiteindelijk niet voldoende om alle verstoringen in het regionale netwerk te voorkomen. Passagiers kregen te maken met gewijzigde vluchttijden, vertragingen en onzekerheid. SLM bood reizigers daarvoor excuses aan en gaf aan dat de situatie aanleiding was om de manier waarop externe capaciteit wordt ingezet opnieuw te bekijken.
De maatschappij kondigde vervolgens aan te werken aan de inzet van twee verschillende operators. Daarmee moet worden voorkomen dat de regionale operatie vrijwel volledig afhankelijk wordt van één externe partij. Wanneer een operator tijdelijk niet kan vliegen, zou de tweede maatschappij meer ruimte moeten bieden om een deel van de vluchten alsnog uit te voeren.
Geen bewijs dat SLM afspraken heeft geschonden
De nieuwe opmerkingen van Landveld moeten daarom zorgvuldig worden onderscheiden van de eerdere verklaring van SLM. Op basis van de momenteel openbare informatie kan niet als vaststaand feit worden gemeld dat SLM de afspraken met Global X niet is nagekomen. SLM heeft zelf juist gemeld dat de praktische uitvoering van de schriftelijke afspraken op onderdelen anders verliep dan verwacht, zonder daarbij formeel vast te stellen welke partij daarvoor verantwoordelijk was.
Ook kan vooralsnog niet zonder het contract worden vastgesteld dat Global X juridisch in gebreke is gebleven. Daarvoor is kennis nodig van onder meer afspraken over beschikbaarheid van vliegtuigen, technische uitval, vervangende capaciteit, minimumcapaciteit, uitzonderingssituaties en mogelijke sancties. Die bepalingen zijn niet openbaar gemaakt.
Contract moet uiteindelijk duidelijkheid geven
Landvelds aangekondigde bestudering van het SLM Global X-contract kan daarom belangrijk worden voor het verdere debat over de regionale operatie van Surinam Airways. Vooral moet duidelijk worden of het ontbreken van directe vervangende capaciteit het gevolg was van een contractuele tekortkoming, of dat een dergelijke verplichting eenvoudigweg niet voldoende in de overeenkomst was vastgelegd.
Daarmee verschuift de discussie van de vraag wie direct schuld heeft naar de inhoud van het contract en de manier waarop de wetleaseconstructie vooraf is ingericht. Zolang die overeenkomst niet volledig is onderzocht, blijft voorzichtigheid geboden bij uitspraken over welke partij de gemaakte afspraken niet zou hebben nageleefd.







