VHP-parlementariër Kishan Ramsukul heeft fel uitgehaald naar het voornemen van de regering om de volledige toepassing van de Comptabiliteitswet 2024 uit te stellen. Volgens hem is de wet noodzakelijk om corruptie, off-budget uitgaven en financieel wanbeheer binnen de overheid tegen te gaan, juist nu Suriname zich voorbereidt op de verwachte olie-inkomsten uit Blok 58.
In zijn betoog in het parlement dinsdag stelt Ramsukul dat Suriname op een beslissend moment staat. “We staan vandaag op een historisch kruispunt”, zegt hij. Volgens hem kan de eerste commerciële olie vanaf 2028 Suriname helpen om structureel uit de armoede te komen, maar kan slecht financieel bestuur het land ook voor generaties in problemen brengen.
De regering heeft De Nationale Assemblée een aangepast concept aangeboden, waarin wordt voorgesteld om de Comptabiliteitswet 2024 pas van toepassing te verklaren op de begroting en verantwoording vanaf 2029. Tot en met 2028 zou de Comptabiliteitswet 2019 blijven gelden. Als reden noemt de regering onder meer dat uitvoeringsregelingen, institutionele aanpassingen, IT-systemen, training en interne controlemechanismen nog niet gereed zijn.
Ramsukul vindt die uitleg onvoldoende. Volgens hem gaat het niet om een gewone administratieve vertraging, maar om het uitstellen van regels die juist bedoeld zijn om de staatsfinanciën te beschermen. “Uitstel van deze wet is geen administratieve vertraging. Het is economische sabotage”, stelt hij in zijn betoog.
Strengere regels voor overheidsuitgaven
Volgens Ramsukul bevat de Comptabiliteitswet 2024 bepalingen die de overheid verplichten zorgvuldiger met staatsmiddelen om te gaan. Hij wijst onder meer op numerieke begrotingsregels, uitgavenplafonds, strengere betalingsprocedures en betere verantwoording over het gebruik van publieke middelen.
De VHP-parlementariër stelt dat de huidige wetgeving onvoldoende harde grenzen kent. De nieuwe wet zou volgens hem juist voorkomen dat regeringen vrij kunnen schuiven met geld of middelen kunnen uitgeven zonder duidelijke parlementaire controle. In zijn speaking notes omschrijft hij de Comptabiliteitswet als “het grote, strenge regelboek voor het geld van de overheid”.
Een belangrijk onderdeel is dat de regering niet zomaar geld kan verschuiven tussen begrotingsposten. Ramsukul wijst erop dat kapitaaluitgaven, bijvoorbeeld voor wegen, scholen of andere investeringen, niet mogen worden misbruikt voor lopende uitgaven zoals consumptie, salarissen of politieke prioriteiten.
Aanpak van off-budget uitgaven
Een van de zwaarste punten in de kritiek van Ramsukul is het risico op zogenoemde off-budget uitgaven. Dat zijn uitgaven die buiten de reguliere staatsbegroting om plaatsvinden, bijvoorbeeld via staatsbedrijven of andere entiteiten waarin de staat invloed heeft.
Volgens Ramsukul bevat de Comptabiliteitswet 2024 een duidelijke anti-ontwijkingsbepaling. Die moet voorkomen dat de overheid begrotingsregels omzeilt door projecten of verplichtingen via staatsbedrijven te laten lopen. Hij noemt dit essentieel om te voorkomen dat de officiële begroting er beter uitziet dan de werkelijke financiële positie van de staat.
In zijn toelichting stelt hij dat zonder dergelijke bepalingen “de regering populistische projecten simpelweg door de EBS of Staatsolie” zou kunnen laten betalen om begrotingsregels te ontduiken.
Centrale staatskas tegen schaduwkassen
Ramsukul noemt ook de invoering van een centrale staatskas, de Treasury Single Account, als een belangrijk instrument tegen versnipperd financieel beheer. Daarmee moeten geldstromen van ministeries en staatsorganen centraal worden beheerd. Ministeries zouden niet langer zelfstandig bankrekeningen mogen openen zonder toestemming van de minister van Financiën.
Volgens Ramsukul is dit nodig om zogenoemde schaduwkassen tegen te gaan. Wanneer overheidsmiddelen verspreid staan over verschillende rekeningen, wordt het moeilijker om te controleren hoeveel geld de staat werkelijk heeft en waaraan dat geld wordt besteed.
De centrale staatskas moet volgens hem zorgen voor meer overzicht, betere liquiditeitsplanning en minder ruimte voor financieel misbruik.
Rekenkamer krijgt sterkere rol
Een ander belangrijk onderdeel van de Comptabiliteitswet 2024 is volgens Ramsukul de versterking van de Rekenkamer. De Rekenkamer zou niet alleen moeten controleren of uitgaven rechtmatig zijn gedaan, maar ook of ze doelmatig en effectief zijn geweest.
In zijn uitleg zegt Ramsukul dat de Rekenkamer niet meer alleen moet kijken of “de bonnetjes kloppen”, maar ook moet toetsen of een uitgave daadwerkelijk zin heeft gehad. Daarmee wordt de controle op staatsuitgaven volgens hem inhoudelijk veel sterker.
Ook zou de Rekenkamer meer ruimte krijgen om onderzoek te doen naar staatsdeelnemingen en derden, wanneer er sprake is van publiek belang of staatsdeelname. Dat kan gevolgen hebben voor de controle op parastatale bedrijven en organisaties die met publieke middelen werken.
Frauderapportage en sancties
Ramsukul wijst daarnaast op bepalingen die ministeries verplichten om in hun jaarverslagen te rapporteren over risico’s, fraude en corruptiebestrijding. Volgens hem dwingt de wet ministeries om schriftelijk vast te leggen waar financiële risico’s liggen en welke maatregelen worden genomen tegen misbruik.
Ook het sanctieregime in de wet is volgens hem belangrijk. De Comptabiliteitswet 2024 zou de minister van Financiën mogelijkheden geven om op te treden wanneer ministeries of functionarissen de regels overtreden. Daarbij kan het gaan om het inhouden van financiering, boetes of verdere bestuurlijke maatregelen.
Ramsukul stelt dat de nieuwe wet “tanden” geeft aan het financieel toezicht. Zonder sancties blijven regels volgens hem te vrijblijvend en kan financieel wangedrag moeilijk worden gecorrigeerd.
Olie-inkomsten maken controle urgenter
De parlementariër koppelt zijn kritiek nadrukkelijk aan de verwachte olie-inkomsten. Volgens Ramsukul moet Suriname vóór de begroting van 2028 beschikken over harde begrotingsregels, centrale controle op de staatskas, toezicht op het Spaar- en Stabilisatiefonds Suriname en sancties bij overtredingen.
Hij waarschuwt dat het land anders risico loopt op onverantwoorde uitgaven, inflatie en schulden. In zijn betoog verwijst hij naar het gevaar van de zogenoemde olievloek, waarbij plotselinge rijkdom niet leidt tot duurzame ontwikkeling, maar juist tot corruptie, verspilling en economische ontwrichting.
“De bestuurlijke fundamenten – de uitgavenplafonds, de koppeling met het SSFS-oliefonds, de centrale staatskas en de sancties – móéten in werking treden vóórdat de begroting van 2028 wordt geschreven”, stelt Ramsukul.
Regering kiest voor gefaseerde invoering
De regering verdedigt het uitstel met het argument dat de wet zorgvuldig moet worden ingevoerd. In het plan van aanpak wordt gesproken over een driejarig implementatieprogramma. Dat programma richt zich onder meer op het versterken van financieel beheer, begrotingsdiscipline, transparantie, interne controle, auditfuncties, digitalisering en capaciteitsopbouw binnen de overheid.
Volgens het regeringsdocument zijn verschillende uitvoeringsregelingen en institutionele aanpassingen nog niet gereed. Ook moet worden gewerkt aan training, IT-systemen en betere samenwerking tussen ministeries, staatsorganen, de CLAD en de Rekenkamer. De regering heeft bovendien opgenomen dat er elke zes maanden een evaluatie moet plaatsvinden over de voortgang van de implementatie.
Voor Ramsukul is dat echter onvoldoende. Hij stelt dat Suriname niet moet wachten tot na de cruciale jaren waarin de olie-inkomsten op gang komen. Volgens hem is juist nu een stevig financieel raamwerk nodig om te voorkomen dat toekomstige inkomsten verdwijnen in slecht beleid, politieke uitgaven en onvoldoende gecontroleerde projecten.
De behandeling van de aangepaste Comptabiliteitswet in De Nationale Assemblée zal daardoor niet alleen gaan over technische invoering, maar ook over vertrouwen, transparantie en de vraag of Suriname klaar is om toekomstige olie-inkomsten verantwoord te beheren.











