De Raad van Commissarissen (RvC) van de Telecommunicatie Autoriteit Suriname (TAS) heeft bij de procureur-generaal een formele strafklacht ingediend tegen voormalig directeur Wendy Jap-A-Joe en voormalig president-commissaris Harish Monorath, die momenteel minister van Justitie en Veiligheid is.
De raad vermoedt dat bij het aangaan en uitvoeren van een arbeidsovereenkomst uit 2021 sprake is geweest van corrupte handelingen, onrechtmatige financiële bevoordeling en het bewust omzeilen van wettelijke controleprocedures.
De strafklacht van 5 november 2026 die door RvC-president Emanuel Scheek is ingediend, richt zich op de arbeidsovereenkomst die op 1 november 2021 werd gesloten tussen TAS en Jap-A-Joe. Monorath ondertekende het document destijds namens de telecomautoriteit.
Volgens de RvC bestaan ernstige aanwijzingen dat bij het sluiten van deze overeenkomst artikel 13, lid 1, van de Anticorruptiewet mogelijk opzettelijk is overtreden. De raad vraagt het Openbaar Ministerie (OM) daarom een onafhankelijk strafrechtelijk onderzoek in te stellen naar de individuele en eventuele gezamenlijke verantwoordelijkheid van de twee ondertekenaars en andere mogelijk betrokken functionarissen.
Arbeidsovereenkomst jarenlang buiten reguliere administratie
Een van de zwaarste beschuldigingen betreft de wijze waarop de arbeidsovereenkomst administratief is behandeld. Volgens de RvC is het contract niet aangetroffen in de gebruikelijke bestuursdossiers. Ook zou het document volgens informatie van het hoofd Human Resources ontbreken in het personeelsdossier van Jap-A-Joe. De voormalige directeur zou bovendien, ondanks herhaalde verzoeken van de huidige RvC, hebben nagelaten de overeenkomst en de bijbehorende goedkeuringsdocumenten beschikbaar te stellen.
De raad vermoedt dat hierdoor de mogelijkheid is ontstaan om financiële aanspraken uit te voeren zonder dat de bevoegde toezichthouders inzicht hadden in de onderliggende afspraken.
Bijzonder opmerkelijk noemt de RvC dat Jap-A-Joe naast haar functie als directeur ook procuratiehouder was. Volgens de beschikbare informatie was zij als enige bevoegd om namens TAS betalingen te autoriseren. De raad wil laten onderzoeken of zij daardoor financiële voordelen aan zichzelf kon laten uitkeren zonder voldoende onafhankelijke controle.
Salaris van USD 4.000 en bijzondere financiële voordelen
Uit de strafklacht blijkt dat de omstreden overeenkomst voorziet in een oorspronkelijk bruto maandsalaris van USD 4.000 en verschillende aanvullende voorzieningen. Daaronder vallen twee jaarlijkse gratificaties, representatie- en onkostenvergoedingen, vakantietoelagen, pensioenvoorzieningen en medische faciliteiten voor Jap-A-Joe en haar gezinsleden.
Ook is een levensverzekering opgenomen met een verzekerd bedrag van EUR 125.000. Daarnaast bevat de overeenkomst bepalingen over langdurige salarisdoorbetaling bij arbeidsongeschiktheid en het kosteloos overnemen van een dienstvoertuig bij beëindiging van het dienstverband.
Een andere opvallende bepaling betreft een opzegtermijn van minimaal 24 maanden, gevolgd door een uitkering van 36 maanden salaris en emolumenten. Deze regeling geldt volgens de klacht onder de in het contract omschreven omstandigheden.
De RvC wil dat Justitie onderzoekt waarom dergelijke voorwaarden zijn overeengekomen, wie daarover heeft beslist en of de bevoegde overheidsorganen daarmee hebben ingestemd. Ook moet worden vastgesteld welke bedragen daadwerkelijk zijn uitgekeerd en of TAS daardoor financiële schade heeft geleden.
Mogelijk georganiseerd samenwerkingsverband
De strafklacht gaat verder dan de vraag of Monorath bevoegd was om de arbeidsovereenkomst te ondertekenen. Volgens de RvC zijn er aanwijzingen die kunnen duiden op een mogelijk georganiseerd en doelgericht samenwerkingsverband tussen meerdere personen en publieke functionarissen. Binnen zo’n verband zouden middelen en voorzieningen van TAS mogelijk stelselmatig zijn aangewend voor doeleinden buiten de wettelijke taakstelling van de instelling, waarbij betrokkenen zichzelf of anderen financieel of materieel hebben bevoordeeld.
De raad vraagt de procureur-generaal daarom ook te onderzoeken of sprake kan zijn geweest van verduistering, ambtsverduistering, oplichting, valsheid in geschrifte of andere strafbare feiten. Daarbij moet worden vastgesteld of bepaalde financiële transacties en besluiten bewust buiten het zicht van toezichthouders zijn gehouden. De RvC benadrukt dat de uiteindelijke strafrechtelijke beoordeling aan de justitiële autoriteiten is.
Voormalige ministers moeten worden gehoord
Een ander belangrijk onderdeel van de strafklacht betreft het ontbreken van de wettelijk vereiste goedkeuring voor de arbeidsvoorwaarden. Volgens artikel 4, lid 4, van de Wet Telecommunicatievoorzieningen moeten de arbeidsvoorwaarden van de directeur worden vastgesteld door de verantwoordelijke minister, nadat de RvC is gehoord en de Raad van Ministers goedkeuring heeft verleend. De RvC stelt dat in de onderzochte dossiers geen documenten zijn aangetroffen waaruit blijkt dat deze procedure is gevolgd.
Voormalige verantwoordelijke ministers zouden bij navraag bovendien hebben aangegeven niet bekend te zijn geweest met de arbeidsovereenkomst of de daarin vastgelegde arbeidsvoorwaarden. De RvC vraagt het OM daarom deze voormalige bewindslieden formeel te horen en de relevante ministeriële archieven en regeringsbesluiten te onderzoeken.
Rechter stelde overeenkomst voorlopig buiten werking
De strafklacht volgt op de juridische strijd over de positie van Jap-A-Joe binnen TAS. Op 26 oktober 2026 oordeelde de kantonrechter dat haar wettelijke benoemingstermijn als directeur was verstreken. De rechter stelde de omstreden arbeidsovereenkomst voorlopig buiten werking, totdat in een bodemprocedure over de nietigheid of rechtsgeldigheid daarvan wordt beslist. Het Hof van Justitie bevestigde op 30 oktober de eerdere uitspraak. Daarmee kwam het bestuur van TAS voorlopig bij de RvC te liggen.
Key News berichtte eerder dat het hof de uitspraak tegen Jap-A-Joe had bevestigd. De RvC benadrukt in de strafklacht dat de rechterlijke uitspraken geen strafrechtelijke aansprakelijkheid vaststellen, maar volgens de raad wel aanleiding geven voor nader onderzoek naar de totstandkoming en uitvoering van de overeenkomst.
Monorath houdt vol dat hij bevoegd was
Monorath heeft eerder ontkend dat hij de arbeidsovereenkomst zou hebben vervalst of achteraf hebben opgesteld. Hij bevestigde wel dat hij het contract destijds als president-commissaris heeft ondertekend. De minister stelt dat hij op basis van een presidentiële resolutie en een besluit van de Raad van Ministers bevoegd was om de overeenkomst aan te gaan.
In een eerdere verklaring tegenover Key News verdedigde Monorath de afspraken en stelde hij dat de regeling voor voortzetting van het directeurschap bedoeld was om de bestuurlijke continuïteit te waarborgen. De RvC bestrijdt echter dat een goedkeuring van de benoeming automatisch ook de wettelijk vereiste goedkeuring van de arbeidsvoorwaarden inhoudt. Een specifieke reactie van Monorath en Jap-A-Joe op de strafklacht van 5 november is niet in de beschikbare informatie opgenomen.
RvC sluit persoonlijke aansprakelijkheid niet uit
Naast een strafrechtelijk onderzoek vraagt de RvC om veiligstelling van de oorspronkelijke arbeidsovereenkomst, eerdere conceptversies, digitale gegevens en relevante financiële documenten. Ook moeten volgens de raad de voormalige en huidige commissarissen, betrokken personeelsfunctionarissen en andere personen die bij de uitvoering van de overeenkomst betrokken waren, worden gehoord.
Verder behoudt de RvC zich het recht voor om verantwoordelijke functionarissen persoonlijk en eventueel hoofdelijk aansprakelijk te laten stellen voor schade die TAS mogelijk heeft geleden. Afschriften van de strafklacht zijn bestemd voor de regering, De Nationale Assemblée en de Rekenkamer. Of het Openbaar Ministerie naar aanleiding van de strafklacht daadwerkelijk een strafrechtelijk onderzoek heeft ingesteld, is vooralsnog niet bevestigd.
















