Het bestuur van de Sanatan Dharm Maha Sabha Suriname heeft president Jennifer Simons geïnformeerd over de maatschappelijke rol die de organisatie vervult binnen de Surinaamse samenleving. Tijdens een onderhoud op woensdag 15 april 2026 op het Kabinet van de President is gesproken over de werkzaamheden van de organisatie en de uitdagingen waarmee zij te maken heeft.
Volgens bestuursvoorzitter Sherwan Ramsoedit Tewarie ging het gesprek vooral om een kennismaking en beraadslaging over de gang van zaken binnen de organisatie. Sanatan Dharm beheert in totaal 47 tempels, verspreid over zes districten. Daarnaast vallen ook een kindertehuis, een eigen mortuarium, een begraafplaats en vijftien scholen op glo- en voj-niveau onder haar verantwoordelijkheid.
Tewarie benadrukte dat de organisatie zich niet alleen bezighoudt met religieuze taken, maar ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid draagt die deels raakt aan overheidstaken. Volgens hem probeert Sanatan Dharm op haar eigen manier bij te dragen aan de zorg voor de samenleving, maar stuit de organisatie daarbij op verschillende belemmeringen.
Een van de knelpunten betreft administratieve zaken, waaronder grondkwesties. Volgens Tewarie beschikt de organisatie in sommige gevallen al over bereidverklaringen, maar ontbreken de toewijzingsbeschikkingen nog. Daardoor kan niet worden begonnen met geplande bouwwerkzaamheden, zoals de opzet van een educatief centrum voor priesters.
De bestuursvoorzitter zegt dat president Simons heeft toegezegd de acuutste problemen met prioriteit aan te pakken. “Zo zijn er een aantal punten die dringend zijn. Wij hopen dat het op zeer korte termijn aangepakt kan worden”, aldus Tewarie.
Tijdens het onderhoud is ook aandacht gevraagd voor de positie van Hindoestaanse senioren. Ondervoorzitter Jaswant Jagbandhan wees op de toenemende vereenzaming binnen deze groep. Volgens hem probeert Sanatan Dharm met eigen middelen voorzieningen en diensten aan te bieden om ouderen ondersteuning te geven.
Binnen verschillende mandirs worden al dagbestedingsactiviteiten georganiseerd. Daarbij krijgen senioren een programma aangeboden met onder meer voeding en drank. De deelnemers worden in de ochtend opgevangen, tot in de middag beziggehouden en daarna weer thuisgebracht.
Jagbandhan noemt dit een belangrijke, maar beperkte bijdrage aan de zorg voor ouderen. Tegelijkertijd werkt de organisatie aan plannen voor een eigen opvangcentrum voor senioren die niet langer zelfstandig kunnen wonen. Volgens hem zijn de mensen en middelen daarvoor aanwezig, maar moeten nog enkele zorgpunten worden opgelost. Ook voor dit initiatief zou president Simons ondersteuning vanuit de regering hebben toegezegd.

