De Nationale Assemblee heeft in de vroege ochtend van woensdag 1 juli 2026 de Staatsbegroting 2026 aangenomen. De ontwerpwet kreeg 31 stemmen vóór en 16 stemmen tegen. Daarmee zijn de begroting en het Staatsschuldenplan bij wet vastgesteld en beschikt de regering over het formele kader om haar financieel en economisch beleid voor het dienstjaar 2026 uit te voeren.
De stemming volgde na een langdurige begrotingsbehandeling. Tijdens de stemmotivaties bleek duidelijk het verschil tussen coalitie en oppositie. Namens de NPS-fractie gaf Jerrel Pawiroredjo aan dat de toezegging van president Jennifer Simons om het milieubeleid te versterken en de overheidsfinanciën verder op orde te brengen, voor zijn fractie doorslaggevend was om de begroting te steunen.
NDP-fractieleider Rabindre Parmessar stelde dat het Staatsschuldenplan een goede basis vormt om het financieel-economisch beleid voort te zetten. Volgens hem biedt het plan perspectief voor de toekomst en moet de begroting worden gezien als een noodzakelijke overgang naar een betere economische situatie.
Ook PL-fractieleider Bronto Somohardjo gaf aan dat zijn fractie de begroting ondersteunt, hoewel hij erkende dat die niet volmaakt is. “Deze begroting is niet perfect, maar dat is geen enkele begroting. Het zal heus niet alle problemen van Suriname morgen oplossen. Het geeft de regering wel een richting om ze aan te pakken”, zei Somohardjo.
ABOP-voorzitter Ronnie Brunswijk stelde namens zijn fractie dat de regering de ruimte moet krijgen om haar beleid uit te voeren. Hij wees erop dat de begroting al was voorbereid en dat de regering zonder een goedgekeurde begroting niet verder kan.
Steven Reyme gaf namens A-20 aan dat de bevolking minder kijkt naar de cijfers op papier, maar vooral uitkijkt naar concrete verbeteringen in het dagelijks leven. Hij sprak het vertrouwen uit dat president Simons een duidelijke koers voor ogen heeft.
De VHP-fractie stemde tegen. Fractieleider Cedric van Samson zei dat zijn partij, gelet op haar verantwoordelijkheid, de begroting niet kon steunen. Volgens hem bevat de begroting te veel inconsistenties. “Hoop mag geen uitgestelde teleurstelling zijn”, aldus Van Samson.
BEP-fractieleider Ronny Asabina noemde het begrotingstekort nog steeds te hoog, maar zei ook dat er hoop mag zijn. Hij verwees daarbij naar de symboliek van 1 juli. “Het wordt een Keti Koti-begroting en als we de bedoeling daarvan in acht nemen, mogen we hoopvol gestemd zijn”, zei Asabina.
Na de stemming bedankte president Simons het parlement voor de behandeling van de begroting. In haar toespraak riep zij zowel coalitie als oppositie op om samen te werken aan de voorbereiding van Suriname op de komende olie- en gasontwikkeling. Volgens haar staat het land voor een cruciale periode waarin politieke verschillen ondergeschikt moeten worden gemaakt aan het nationale belang.
De president benadrukte dat de regering kiest voor een periode van herstel, waarbij eerst grote achterstanden moeten worden aangepakt. Daarbij noemde zij onder meer het herstel van scholen, investeringen in de gezondheidszorg, versterking van de landbouw en verdere diversificatie van de economie. Ook wees zij op het belang van een roadmap voor de olieperiode, versterking van het Spaar- en Stabilisatiefonds, Local Content-beleid, modernisering van de Belastingdienst en digitalisering van de overheid.
De ontwerpwet voor de Staatsbegroting 2026 werd op 10 oktober 2025 ingediend. De plenaire behandeling werd voorbereid door de Commissie van Rapporteurs, bestaande uit Rabindre Parmessar als voorzitter, Ronny Asabina, Asiskumar Gajadien, Silvana Afonsoewa, Jennifer Vreedzaam, Kishan Ramsukul en Jeffrey Lau.
Tijdens de behandeling zijn vier moties ingediend. De behandeling daarvan zal op een nader te bepalen tijdstip plaatsvinden.











