De recente schuldenherschikking geeft Suriname volgens de VES tijdelijk ademruimte, maar schuift grote aflossingsdruk door naar toekomstige regeringen. Vooral de jaren 2030 en 2035 worden genoemd als risicomomenten.
De Vereniging van Economisten in Suriname (VES) waarschuwt dat de recente schuldenherschikking op korte termijn wel rust kan brengen, maar op langere termijn nieuwe financiële risico’s creëert. In de april-editie van INZICHT, het economisch blad van de VES, wordt gesproken over “tijdbommen” voor toekomstige regeringen.
Volgens de VES heeft de recente schuldherschikking geleid tot een verdere toename van de staatsschuld met ongeveer USD 700 miljoen. Daarvan zou slechts USD 189 miljoen nog vrij beschikbaar zijn. De economenvereniging stelt dat onduidelijk is welk deel van het geleende geld daadwerkelijk zal bijdragen aan het vergroten van de verdiencapaciteit van Suriname.
Geen traditionele herschikking
De VES plaatst kritische kanttekeningen bij de aard van de schuldoperatie. Volgens de publicatie gaat het niet om een traditionele herschikking waarbij een land, omdat het zijn verplichtingen niet kan nakomen, met schuldeisers onderhandelt over gunstigere voorwaarden die beter aansluiten bij de terugbetaalcapaciteit.
De VES wijst erop dat de vorige regering bij de eerdere schuldenonderhandelingen niet de gewenste korting van 70 procent heeft gekregen, maar wel een deel van de rente had kunnen afzonderen in het zogenoemde Value Recovery Instrument. Die verplichting zou pas hard worden wanneer Suriname inkomsten uit offshore olie en gas zou ontvangen.
Volgens de VES is dat instrument onder de huidige schuldoperatie omgezet in een harde commerciële schuld van ongeveer USD 370 miljoen. Voor de aflossing daarvan is volgens de publicatie een nieuwe lening met een rente van 8,5 procent bij de Bank of America aangegaan. De economenvereniging noemt die keuze moeilijk te begrijpen.
Rust op korte termijn, druk op lange termijn
De herschikking zorgt volgens de VES wel voor een zekere rust in de komende jaren. Het directe betalingsprobleem wordt naar achteren geschoven, waardoor de regering tijdelijk meer ruimte krijgt. Maar juist daarin schuilt volgens de analyse het gevaar.
In november 2030 wacht Suriname volgens de VES een grote aflossing van ongeveer USD 1 miljard. In november 2035 volgt nog een zogenoemde bullet payment van ongeveer USD 1,3 miljard. Deze grote aflossingen vormen volgens de publicatie een zware financiële last voor de twee komende regeringen.
Bij een bullet payment wordt de hoofdsom niet geleidelijk over de looptijd afgelost, maar grotendeels of volledig aan het einde van de looptijd. Daardoor kan de jaarlijkse druk in de tussenliggende periode lager lijken, terwijl aan het einde ineens een zeer groot bedrag moet worden betaald.
Nieuwe leningen of opnieuw herschikken
De VES waarschuwt dat toekomstige regeringen hierdoor direct na aantreden gedwongen kunnen worden om opnieuw forse leningen aan te gaan of opnieuw te onderhandelen over schuldherschikking. Daarmee dreigt Suriname in een cyclus terecht te komen waarin oude schulden telkens met nieuwe schulden worden afgelost.
Dat risico wordt groter wanneer geleend geld onvoldoende wordt gebruikt om de productieve basis van het land te versterken. In dezelfde publicatie wijst de VES erop dat slechts een klein deel van de overheidsschuld naar productieve sectoren gaat. Volgens de economenvereniging moet tegenover elke lening verdiencapaciteit worden opgebouwd, zodat schulden op termijn ook uit economische groei kunnen worden terugbetaald.
Olie-inkomsten centraal in discussie
Een belangrijke vraag is hoeveel van de toekomstige olie- en gasinkomsten uiteindelijk overblijft voor de ontwikkeling van het land. Volgens de VES kan het risico ontstaan dat een deel van deze inkomsten al vooraf wordt opgeslokt door bestaande schuldverplichtingen.
Suriname rekent de komende jaren op inkomsten uit de offshore olie- en gassector. Die inkomsten worden vaak gezien als een kans om de economie te versterken, de infrastructuur te verbeteren en sociale voorzieningen te financieren. Maar de VES waarschuwt dat die ruimte kleiner kan worden als toekomstige inkomsten vooral moeten worden gebruikt om oude schulden af te lossen.
De centrale vraag is daarom niet alleen wanneer het oliegeld binnenkomt, maar ook hoeveel netto beschikbaar blijft voor nationale ontwikkeling nadat rente, aflossingen en eerdere verplichtingen zijn betaald.
Schuldbeheer vraagt duidelijke strategie
De waarschuwing van de VES legt de nadruk op de noodzaak van een duidelijke schuldstrategie. Suriname moet volgens de onderliggende analyse voorkomen dat tijdelijke financiële rust wordt verward met structurele verbetering.
Een herschikking kan nuttig zijn wanneer die tijd koopt om de economie sterker te maken. Maar als die tijd niet wordt gebruikt om productie, export, belastinginkomsten en institutionele discipline te vergroten, kan het probleem later groter terugkomen.
Voor toekomstige regeringen betekent dit dat zij niet alleen moeten kijken naar de huidige schuldstand, maar ook naar het aflossingsprofiel in de komende tien jaar. Vooral de pieken in 2030 en 2035 kunnen bepalend worden voor de financiële speelruimte van het land.
Politieke verantwoordelijkheid
De VES-publicatie maakt duidelijk dat de gevolgen van de huidige schuldkeuzes niet beperkt blijven tot deze regeerperiode. De aflossingsdruk wordt doorgeschoven naar toekomstige kabinetten en uiteindelijk naar de samenleving.
Daarmee krijgt de discussie over de staatsschuld ook een politieke dimensie. Elke regering die vandaag leent, bepaalt mee hoeveel ruimte toekomstige regeringen hebben voor onderwijs, zorg, infrastructuur, veiligheid en economische ontwikkeling.
De waarschuwing van de VES komt erop neer dat Suriname nu moet voorkomen dat tijdelijke verlichting verandert in een nieuwe schuldenval. Zonder duidelijke investeringen in verdiencapaciteit dreigen de jaren 2030 en 2035 opnieuw momenten te worden waarop het land moet kiezen tussen zwaar bezuinigen, opnieuw lenen of opnieuw herschikken.











