De VHP-assembleeleden Hakiem Lalmahomed, Cheryl Dijksteel en Natalie Amatmohamed hebben drie samenhangende initiatiefwetten ingediend die het hoger onderwijs in Suriname ingrijpend moeten moderniseren.
Het gaat om de Wet Hoger Onderwijs, de Wet Accreditatie Hoger Onderwijs en de ADeKUS-Wet 2026. Met deze wetsvoorstellen willen de initiatiefnemers een samenhangend wettelijk kader creëren voor universiteiten, hogescholen en andere instellingen voor hoger onderwijs.
Volgens de indieners voldoet de bestaande wetgeving op verschillende onderdelen niet meer aan de huidige eisen. De hervormingen moeten ervoor zorgen dat Surinaamse opleidingen beter aansluiten op internationale onderwijsstandaarden en de behoeften van de arbeidsmarkt.
Eén wettelijk kader voor hogeronderwijsinstellingen
De voorgestelde Wet Hoger Onderwijs moet algemene regels vastleggen voor de inrichting, organisatie en kwaliteit van het hoger onderwijs. Universiteiten, hogescholen en open universiteiten krijgen daarbij een duidelijk omschreven plaats binnen het nationale onderwijsstelsel.
Een belangrijke vernieuwing is de introductie van een onderwijsregister waarin instellingen en opleidingen worden geregistreerd. Hierdoor moet beter inzicht ontstaan in het onderwijsaanbod en de instellingen die opleidingen verzorgen.
Daarnaast voorziet het wetsvoorstel in regels voor Associate Degree-, bachelor-, master- en PhD-opleidingen. Ook worden bepalingen opgenomen over studiepunten, studielast, academische graden en titulatuur.
Het voorstel biedt verder ruimte voor duale opleidingen, waarbij onderwijs en praktijkervaring worden gecombineerd. Daarmee willen de initiatiefnemers de aansluiting tussen het hoger onderwijs en de arbeidsmarkt versterken.
Ook de subsidiëring van opleidingen wordt aangepakt. Volgens het voorstel moeten kwaliteit en maatschappelijke behoefte een belangrijkere rol spelen bij het toekennen van financiële ondersteuning.
Nieuw accreditatieorgaan moet kwaliteit bewaken
Een tweede wetsvoorstel heeft betrekking op de accreditatie van opleidingen. Daarbij staat de oprichting van het Nationaal Orgaan Voor Accreditatie (NOVA) centraal.
Dit orgaan moet volgens het voorstel verantwoordelijk worden voor een onafhankelijk systeem van kwaliteitsbeoordeling van bestaande en nieuwe opleidingen.
Met de nieuwe wet wordt beoogd het huidige accreditatiekader te vervangen door een gemoderniseerd systeem dat beter aansluit op regionale en internationale ontwikkelingen.
Een van de voorgestelde maatregelen is de instelling van een openbaar accreditatieregister. Studenten, ouders en werkgevers zouden daarmee kunnen nagaan welke opleidingen officieel geaccrediteerd zijn.
Ook wordt voorzien in de mogelijkheid om buitenlandse accreditaties via een equivalentietoets te beoordelen. Dat moet bijdragen aan een betere internationale vergelijkbaarheid van opleidingen.
De initiatiefnemers leggen daarbij een verband met de doelstellingen van de Caribische Gemeenschap (CARICOM), waaronder het bevorderen van de mobiliteit van hoger opgeleiden binnen de regio.
De voorgestelde hervorming kan vooral voor studenten van belang zijn, omdat de kwaliteit en erkenning van hun opleiding bepalend kunnen zijn voor verdere studie of werkgelegenheid in binnen- en buitenland.
Anton de Kom Universiteit krijgt nieuwe bestuursstructuur
De derde initiatiefwet richt zich specifiek op de Anton de Kom Universiteit van Suriname. De huidige Universiteitswet dateert uit 1966 en is volgens de toelichting bij het voorstel onvoldoende afgestemd op de huidige ontwikkelingen binnen het wetenschappelijk onderwijs.
De ADeKUS-Wet 2026 moet daarom een nieuwe wettelijke basis bieden voor het bestuur, de academische organisatie en het wetenschappelijk onderzoek aan de universiteit.
Een van de belangrijkste wijzigingen is de invoering van een bestuursstructuur met een bestuur en een raad van toezicht. Daarnaast wordt de positie van faculteiten, interfaculteiten en onderzoeksinstituten versterkt.
Ook komen er duidelijkere regels voor bachelor-, master- en promotietrajecten, academische graden en het verlenen van titels.
Het wetsvoorstel besteedt bovendien aandacht aan wetenschappelijk onderzoek, maatschappelijke dienstverlening en de verantwoordelijkheid van de universiteit tegenover de samenleving.
Academische vrijheid en ethische richtlijnen moeten eveneens een duidelijke wettelijke verankering krijgen.
Hervormingen moeten aansluiten op economische ontwikkeling
De drie initiatiefwetten zijn volgens de indieners bewust als één samenhangend pakket ontwikkeld. De algemene Wet Hoger Onderwijs moet de basis vormen, terwijl de accreditatiewet zich richt op kwaliteitsbewaking en de ADeKUS-Wet op de modernisering van de nationale universiteit.
De voorstellen kunnen gevolgen hebben voor de manier waarop onderwijsinstellingen worden bestuurd, opleidingen worden beoordeeld en publieke middelen worden verdeeld.
Voor Suriname is de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt een belangrijk aandachtspunt. Door opleidingen beter af te stemmen op maatschappelijke en economische behoeften, beogen de indieners de beschikbaarheid van gekwalificeerde arbeidskrachten te vergroten.
Uitvoering en financiering blijven belangrijke aandachtspunten
Hoewel de initiatiefwetten een omvangrijke hervorming van het hoger onderwijs beogen, zal de uiteindelijke impact sterk afhangen van de praktische uitvoering.
De oprichting van een nieuw accreditatieorgaan, het invoeren van onderwijsregisters en het aanpassen van universitaire bestuursstructuren vereisen organisatorische capaciteit, deskundigheid en financiële middelen.
Uit de verstrekte toelichting blijkt niet welke kosten met de hervormingen gemoeid zijn, hoe de uitvoering zal worden gefinancierd en binnen welke termijn de nieuwe structuren operationeel moeten worden.
Ook is nog niet duidelijk welke overgangsregelingen zullen gelden voor bestaande onderwijsinstellingen en studenten die momenteel een opleiding volgen.
De wetsvoorstellen moeten nog parlementair worden behandeld. Pas na goedkeuring en inwerkingtreding kunnen de voorgestelde veranderingen daadwerkelijk worden doorgevoerd.
Volgens Lalmahomed, Dijksteel en Amatmohamed is verbetering van het hoger onderwijs noodzakelijk om de duurzame ontwikkeling en economische groei van Suriname te ondersteunen. Met de drie initiatiefwetten willen zij een basis leggen voor een onderwijsstelsel dat studenten beter voorbereidt op de eisen van de samenleving en de internationale arbeidsmarkt.









